Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 AANilANGSEL.
Loopt maar mijn weg naar Kanaän heenea
4. Ja, Jezus was mij duizendmaal
Dat zuchten waard wat eind op paal
Zal mijn geluk dan eeuwig vinden,
Als God mij in zijn Zoon beminde.
5. Ik was te vreen door kruis te gaaa
Daarbij te treen langs engen paan
De hemel zou het duizendmalen
Vergeten in het zegenpralen
6. Maar nu komt het aan 't dragen fo«
Ben ik het kruis zoo aanstonds moe
Wat valt het kruis dan bijster bange.
Wat duurt het kruis dan bijster lange
7. Mijn boos en mij onbuigzaam hart
Dat zich gedurig zoo verwardt
Het kan geen pijn ef smarte voelen
Of wil gedurig zoadig woelen,
8. Het ongeloof dat mij vertoont
Hoe O'od de zonde straf beloont
Verbeeldt me in 't huis Gods ongenade
En al mijn zuchten scbijnt te spade
9. Het waeldrig vleesehwil in geen band
\Nas gaarne in een ruimen stand
't Heeft duizende verrotte reden
Die 's Heeren wijzen weg bestreden
10. Als't hart benaauwd word toegeklemd
Word zelf ootmoedig toegestemd
Den weg van bitter kruis en lijden
Het ongeloöt in vele tijden
11. Verkeerd van 's Heeren zaden denkt
Het moedloos hart het leven krenkt;
Men weet niet moedig kruis te dragen
Maar zit in een droefgeestig klagen
12. Was 't mij waarts's vaders liefde hart
Hij stilde immers mijne smart