Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
106 AANilANGSEL.
Te rukken uit des satans handen.
En uit ziju strikken en zijn banden
Vóór eeuwig- tot uw eerekroon.
19. Maar .Jezus waar is zoo een snoode
O zoo een zondaar zoo een doode
Ja, waar is zoo een adamskind?
Uit zijne strik"ken ooit ontkomen
Ik ben ellendig van rondomme,
Zou ik nog zijn van u bemind?
Jezus fpreekt
20 Ja zelf al had gij al de zonden
Van Adams nakroost zaam gebonden,
Mijn bloed wisciit alle zonden uit,
Werp uwe ziel in die lonteine,
Zoo wordt gij zuiver wit en reine,
Als mijne opgesierde bruid.
Be Zonder spreekt
21. Och Heere! konde ik dat gelooven
O schenk mij geest en kracht van boven,
Scheur eens ongeloof uit mijn hart;
Ik zit zoo bijster vastgebonden
Aan 't ongeloof en in de zonden,
O God wat is dat zielesmart.
Jezus spreekt.
2:?. O waarom houdt gij mij ontrouwe?
Hoe zal u dat nog eens bei on wen
Ik ben gewillig en bereid.
Vertrouw uw ziel maar in mijn handen,
Ik zal u uit des satans Lauden
Verlossen, voor een eeuwigheid
De Zondaar spreekt
23. Daar breekt de kracht.van't ongeloove
Ik voel een vuur een kracht van boven,
En Jezus die beklimt den troon
Nu van miju overwonnen ziele,