Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9t> DE LOFZÄNGEM
durend leeft.
15. En alle maanden geeft hij nieuwe he-
melvruchten,
En doet de' hemellingen winnen in genügten?
O zalige rivier die in den hamel stroomt,
En sierrelijk beplant met aangenaam geboomt
16. Weg Rijnstroouï. Donau ea Ganais die
lieflijk zwieren.
Weg Ganges in Beugaal en allerlei rieviereu
Die landen maakt bevrueht en steden magtig
rijk.'
Die 't volk bekleedt mt>t goud en zijde kostelijk
17. Wat ziju uw wateren en uwe zilv,reu
, stroomen.
Wat geeft een Typer aan het oud beruchte Rome
Geen droppel eeuwig heil, geen wellust vau
Gods troon,
Geen hemel-koopmanschap, noch de onver
welkb're kroon,
18. 't Is waar zij kleeden't volk met purper
En scharlaken, '
En doen haar kleer van goud, en zilveren
hóórden kraken,
Maar ach h«t goud is zwaar en't zilver lescht
geen dorst.
Noch is geen zit^lsrantsoen voor een benaauwde
borst.
19. O stad de p.uorten zijn uit paarlen ge-
houwen.
Zoo een paleis wou God zijn ligve kiud'ren
bouwen.
Komt erfwachters van zoo groote zaligheid
W aakt op, en schudt u yit het ctof, die
heerlijkheid.
20. Die gij voor eeuwig wacht, moest uwe