Boekgegevens
Titel: Oefeningen en opgaven bij Critas' Handleiding voor het metriekstelsel ten dienste der vier hoogste leerjaren der lagere school
Auteur: Hollander, L.A. den; Critas
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 03-107
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205505
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Metriek stelsel, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen en opgaven bij Critas' Handleiding voor het metriekstelsel ten dienste der vier hoogste leerjaren der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
28. Om een land, lang 4 H.M. en breed 20 D.M., ligt
een sloot van 3 M. wijdte. Hoeveel oppervlakte beslaat
die sloot?
29. Uit het midden der 4 zijden van een rechthoekige
wei graaft men 2 slooten. In het midden van de wei
ontstaat een rechthoekig vijvertje 12 M.^ groot. Een
sloot is 3 M. breed. Hoe wijd is de andere?
30. Een tuintje, ingesloten door een hek, is 4 A. 80
c.A. Het hek langs een kant meet 24 M. Hoe lang is
het geheele hek?
31. Een metselaar legt in een gang 120 vierkante
tegels, elk van 4 d.M.2. de lengte liggen 24 tegels.
a. Hoeveel rijen van 24 tegels zijn er?
b. Hoeveel tegels liggen in de breedte?
c. Hoe breed is een tegel?
d. Hoe breed is de gang?
32. Beantwoord nog a—d als er 1000 vierkante steenen
liggen elk van 16 d.^I.2 en er 100 steenen in de lengte
liggen.
Yerhoxidiug der afmetingen.
1. Een rechthoek, die 4 keer zoo lang als breed is,
telt 100 d.M.^ Hoe groot zijn de afmetingen?
a. Teeken op uw lei een willekeurigen rechthoek
en maak op het oog de hoogte een vierde deel der
liggende zij.
b. Verdeel door staande lijnen den rechthoek in 4
stukken. Welk figuur is een stuk?
c. Hoe groot is in werkelijkheid de rechthoek? Hoe
groot dus één stuk?
Welke afmetingen heeft het?
d. Hoe lang en breed is nu de rechthoek?