Boekgegevens
Titel: Oefeningen en opgaven bij Critas' Handleiding voor het metriekstelsel ten dienste der vier hoogste leerjaren der lagere school
Auteur: Hollander, L.A. den; Critas
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 03-107
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205505
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Metriek stelsel, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen en opgaven bij Critas' Handleiding voor het metriekstelsel ten dienste der vier hoogste leerjaren der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
19. Beantwoord dezelfde vragen voor een rechtboek,
lang 23 M. en breed 13 M., als de rand 2 M. breed
moet zijn.
20. Een rechthoek is 31 d.M. breed en 32 d.M. lang;
er komt een rand om van 5 d.M. breedte. Hoeveel
wordt de rechthoek grooter '?
21. Een tafel is zonder den rand 2 M. lang en 17 d.M.
breed. De rand is 1 d.M. breed. Hoe groot is die rand?
22. Een \doerkleed is 45 d.M. lang en 37 d.M. breed.
Daar omheen zit een rand van M. breedte. Als het
kleed ƒ 3 en de rand / O per M.2 kost, hoe duur is dan
het kleed ? (Teeken het kleed op een schaal van 1 : 50).
23. Een stuk land is O H.M. lang en 5 D.M. breed.
Om dat land loopt een sloot van 3 M. wijdte. Reken
uit, hoeveel dat land grooter wordt door het dempen
van die sloot.
24. Van onzen spiegel is het glas 3 M. hoog en 12
d.M. breed. De lijst, die er om zit,)is 1 d.M. 1 c.M.
breed. Bereken 1° den spiegel alleen; 2° den spiegel
met rand; 3° rand alleen.
25. Een vierkante vloer is 4 M. lang. In 't midden
ligt een vierkant kleed, dat 3 M. lang is. Hoeveel blijft
van den vloer onbedekt?
26. Een strook papier is 9 d.M. lang en 12 c.IM. breed.
Er worden langs de lengtezijden randen van 3 c.M. en
langs de breedtezijden randen van 2 c.M. afgenomen. Hoe
groot is het overblijvende dan? Hoeveel c.M.^ is de rand?
27. Een bladzijde van een boek is 22 c.^I. laTig en
13 c.M. breed. De witte rand boven en onder meet 3 c.M.;
aan de kanten 2 c.M.
a. De geheele bladzijde is ....
b. Het bedrukte deel alleen is ....
c. De rand alleen is ....