Boekgegevens
Titel: Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Deel: Eerste stukje
Auteur: Critas
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1901
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1405 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205490
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Vorige scan Volgende scanScanned page
34-
2. Berekent de lengte van een rechthoek, die 3,3 c.M.
breed en 8,25 M.2 groot is.
3. Hoeveel is de lengte van een rechthoek, die 1,25 M.
breed en 1 M.2 groot is?
4. De breedte van een rechthoek is 0,16 M. en de
grootte bedraagt 2,56 d.M.2. iJoe groot is de lengte?
5. Berekent de breedte van een rechthoek, als het figuur
1,7 D.M. lang en 59,50 d.M.2 groot is.
Herhaling.
(Handl. 73—70.)
1. Een stuk land is 5 D.M. breed en 5 H.M. in om-
trek. Hoe lang is dat land? (Teekent het en zet er bij,
welke schaal gij hebt gebruikt.)
2. Een lei is 3 d.M. lang en heeft een omtrek van
1 M. Hoe breed is de lei?
3. Door een vierkant stuk land, dat 130 M. lang is,
wordt een sloot gegraven, die 2 M. wijd is (van boven).
Hoeveel M.2 wordt het land kleiner?
4. Hoe lang is een mat, die 625 d.M.2 groot en
5 d.M. breed is?
5. Berekent, hoeveel planken van 2ij d.M. lengte en
6 d.M. breedte ik noodig heb voor een vloer van 5 M.
lengte en 3 M. breedte.
6. Iemand moet met tapijtgoed van 7 d.M. breedte
een kamer beleggen, die 42 d.M. breed en 54 d.M. lang
is. Hoeveel M. heeft hij daarvoor noodig? Hoe moet hij
het op 't voordeeligst leggen ?
7. Berekent hoeveel jassen gemaakt kunnen worden
uit een lap laken, die 10 M. lang en 2,6 M. breed is,
wanneer men voor iedere jas 2 M.2 noodig heeft.
8. Een glazenmaker moet in een nieuw huis ruiten in-