Boekgegevens
Titel: Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Deel: Eerste stukje
Auteur: Critas
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1901
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1405 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205490
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
3. Hoeveel bedraagt de lengte van een vierkant, dat
40 d.M. breed en IG M.2 groot is?
4. Een rechthoek is breed 19 c.M. en groot 38 M.2
Berekent de lengte.
5. Berekent de lengte van een rechthoek, die 75 M.
breed en 6 Are groot is.
5. (bl. 71).
1. Van een rechthoek is de lengte 9 D.M. en de opper-
vlakte 270 M.2. Hoe breed is het figuur?
De rechthoek bestaat uit.....De lengte is.....of
.....Elke strook telt.....Er zijn dan.....De breedte
is.....
a. Een rechthoek is lang 32 d.M. en groot IGO c.M.2
Hoeveel is de breedte?
De rechthoek bestaat uit.....De lengte is.....of
.....Elke strook telt.....Er zijn dan.....strooken.
De breedte is.....
3. De oppervlakte van een rechthoek is 190 Are en
de lengte 19 H.M. Hoe breed is de rechthoek?
De rechthoek bestaat uit.....De lengte is.....ol
.....Elke strook telt er.....Er zijn dan.....De
breedte is.....
4. Van een rechthoek is de lengte 13 D.M. en de
grootte G50 M.2. Hoeveel bedraagt de breedte ? (Schrijft
zelf de invulling op.)
6. (bl. 71).
Berekent de breedte van de volgende rechthoeken:
1. Eengte 15 d.M.; oppervlak 300 c.M.2
2. lengte 12 d.M.; grootte 480 c.M.2
3. lengte 14 c.M.; grootte 420 d.M.2
4. lengte 19 D.M.; oppervlak 950 M.2
5. lengte 13 H.M.; grootte 360 Are.