Boekgegevens
Titel: Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Deel: Eerste stukje
Auteur: Critas
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1901
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1405 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205490
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven behoorende bij het metriekstelsel
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
5. Neemt uw d.M.2. Hoevee! vak jes zijn er in elke strook?
Hoeveel strooken zijn er? Hoe lang, hoe bi'eed is de d.M.2?
Hoeveel c.M.2 zijn er in den d.M.2?
(3. Een vierkant heeft een lengte van 7 c.M.
Hoeveel c.M.2 zijj, er in 1 strook? Hoeveel strooken
telt het vierkant? Hoe groot is dat figuur?
7. Een rechthoek heeft een lengte van 20 c.M. en een
hoogte van 4 c.M. Hoeveel v. heeft 1 strook?
Uit hoeveel strooken bestaat die rechthoek?
8. Een rechthoek heeft een lengte van 14 c.M. en
een breedte van 7 c.M. Hoeveel strooken telt hij? Hoe-
veel c.M.2 heeft elke s rook? Hoe groot is dit figuur?
9. Een rechthoek is 8 c.M. lang en half zoo breed.
Hoeveel strooken zijn er? Hoeveel c.M.2 in elke strook?
Hoe groot is de rechthoek?
10. Een vierkant is 12 c.M. lang. Hoeveel strooken telt
het? Hoeveel c.M.2 jn elke strook? Hoe groot is het vierkant?
4. (bl. 63).
1. Berekent op uw leiën de grootte van de volgende
rechthoeken.
a. 13 c.M . lang en 5 c.M. breed.
b. 19 » » tl » 1)
c. 10 rt 0 n 10 » 1)
d. () rt breed » 13 tl lang.
e. 7 )■) » 1) 8 0 »
f- 9 0 lang » 0 )) hoog.
9- 7 » D 1) 7 )) »
h. 9 11 1) 9 ft breed.
i. 12 i) 1) t) 5 1) hoog.
i- 7 » hoog » 7 » lang.
2. Ik leg een rechthoek met 10 v. De lengte is 5 c.M.
Hoeveel vakjes liggen in één strook? Hoeveel strooken
heeft de rechthoek? Hoeveel c.M. is de hoogte?