Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE HONDERDTAL. (49)
derhalve oud 23 — 10| =r 14| jaar. — /SSOOO a Sp"'
= /"lOSO ; dus 1080 — 330 = /SOO vermeerdering. Na
= 12* jaar; de oudste dochter was
derhalve 28 — 12| = 121 jaar.
fUOOO a = 1020 ; dus 1020 — 820 = fSOO ver-
meerdering. Na = U» jaar-gelijk. De
jongste dochter was derhalve oud 28 — 14J = 10| jaar.
Vraagstuk XXXV.
Neem 530 hrooden alle tegen 5 stuivers, dan is het
bedrag 350 X 3 =^750 stuivers. Er wordt slechts be-
steed 100 x 20 = 2000 stuiv.; dit maakt dus een
verschil van 2730 — 2000 = 730 stuiv. , hetwelk inge-
wonnen wordt door brooden , die 5 — 3 = 2 stuiv.
minder kosten , en daartoe zyn ahoo genomen =
375 brooden van 3 stuivers , en dus 550 — 375 = 175
brooden van 5 stuiv.
Vraagstuk XXXVI.
De som der voorgaande gedeeld in die der volgende
termen geeft de gemeene reden, welke dus || = 1|
is i en daar nu de eerste term tot den tweeden staat
al» 1 : 1| en bunne som 48 is, zoo heeft men
1 -M | : 1 = 48 : 20 de eerste term
1 -1- 1| : i| = 48 : 28 de tweede .
derhalve is de evenredigheid 20 : 28 = 60 — 20 : 84
— 28 of 20 : 28 = 40 : 56.
Vraagstuk XXXVII.
Van de eerste soort heeft de kooper voor 48 stuiv.
één riem; van de tweede soort heeft hij voor even
veel geld =: ^ riem en van de derde = y riem.
Het betrekkelijk aantal riemen van iedere soort wordt
5.