Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ACOTSTE HONDERDTAL. (311)

De inleg van B bedraagt van die van A, dus
X /•5b00 = 5000. Hij legt hiervan dadelijk de helft
of/'SöOO in en de rest na 3 -4- 2 = 5 maanden. Van de
eerste helft ontvangt hij /"IbOO, want / lOOz/SöOO
=/"GO :/"lliOO, en van de tweede /*875 , want100
geeft in ééne maand 5 p®' dus in 7 maanden 5x7
= 35 p"» en /"lOO : /•2500=/"35 : ƒ 875; de geheele
winst van B is dus /" 1500 + /* 875 = /" 2375.
G heeft ^ ingelegd van hetgeen door A en B te zamen
is gegeven, dus (/■ 5500 -f-5000) X 4 =/"-ioOO. Hij
stort g of /" 2500 dadelyk , en wint dus hiermede ook
/"ISOO; met de overige /'2000, die hij na 3 maanden
inlegt en dus 9 maanden in den handel blijven, wint
hij /'900, want /"lOO geven in 9 maanden 5x9 =
f en 100 : 2000 z= -45 : 900; daarom in het geheel
/•1500 + /■ 900 = /" 2400.
Dc inleg van D bedraagt | van A en C, dus (/"ööOO
H-/'4500) X \ =/'4000. Hij stort dadelijk » of/3000,
en'ontvangt hiervan aan winst /"IBOO, want /"lOO;
/•3000 =/"GO :/IBOO. De overige /" 1000 brengt hij
eerst na 8 maanden in, en ontvangt hiervan /'200
winst, dewijl deze som slechts 4 maanden in den han-
del blijft, dus slechts 4 X ö = 20 geeft en /"lOO
: / 1000 = /'20 : /'200. De geheele winst van D is dan
ƒ• 1800 + /■ 200 =/2000.
Vraagstuk L,
uur uar tchtap schaap
-J : J = 1 : heeft de leeuw reeds oj), eer dc
andere mogen mede eten. In één uur tijds zou do
hond I , de wolf 2 en de leeuw 4, dat is, te zamen
zouden zij 7 schapen kunnen verslinden. 7 schapen :
■j schaap = l uur : uur. Dus is het schaap in -J -f-
= uur opgegeten. In y^^-uur kan de hond V,^
schaap, de wolf \ cn de leeuw \ verslinden; doch
do laatste heeft nog J schaap vooraf, en dus in het
geheel | -f- ^ = ]-[ schaap genoten.'