Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ACHTSTE HONDERDTAL.

Vraagstuk XLIV.
Uil (ïe reden Vcin 1 : 13, waarin de jaarlyksche in-
terest ten honderd tot den geheelen interest in 9 maan-
den htaat, blijkt dat de interest van het geheele kapi-
taal in dien tijd moet zijn 5 X 15 zn /'75, dat is in
n maanden /l00 , want 9 : 12 = /75 : ƒ100. Hon-
derd gnlden interest geeft tegen een kapitaal van
ƒ2000; hierbij komt '/lo of ƒ200 voor de winst en nog
ƒ75 voor den interest, dien hij uitkeerert moet; de
geheele verkoopprijs was dus = 2000 -f- 200 + 75 =
ƒ2275. Het fö was verkocht voor 50 centen ; er is dus
in het geheel geweest — 4550 fê , waaronder
1250 kandij; gevolgelijk 4550 ~ 1250 == 3300 ii! koffij
en thee te zamen. Als er 1 gnlden aan kotRj besteed
wordt, besteedt men ^ guhi. aan thee of / 3 aan koffij
cn 2 aan thee. Voor ƒ3 koopt men = 10® koffij
en voor ƒ2 één 'ffi thee. De hoeveelheden van deze
staan alzoo tot elkander als 10 : 1 ; de gemelde 3300
té bevatten dus 10 -f- l ■= 11 nmal dc uï thee ; zoodat
er gekocht zijn = 300 ponden thee en 300 X
10 = 3000 ft koffij. Er is besteed voor 3000 2 koffij
a 30 centen ƒ900 en voor 300 ïii thee a ƒ2 ƒ600,
dus te zamen ƒ1500. Het geheele kapitaal was ƒ2000;
derhalve is er aan de 1250 fe kand^ besteed 2000 —
1500 — ƒ500, dat ia voor 1 ^= 40 centen.
Vi^aagstuk XLV.
Het \ of j van de eerste kaas is gelijk aan het
gedeelte van de tweede, aan ^^ van de derde en aan
het van de vierde kaas. Alzoo is de tweede kaas
= maal, de derde = en de vierde
maal zoo zwaar als de eerste kaas. Dus is 102 vè =
1 1| + Ij -i- 2^ = maal de ponden van dc
eerste kaas ; deze zijn derhalve X 102 = 16 ffi,
die der tweede 16 X 1[ = 20 tÈ, dio der derde 16 X
U = 30 ie en die der vierde kaas 16 X 21 = 26