Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZEVENDE HOiNDERDTAL. (303)
Blen heeft dus l-J — 1 : 1 rir 100 : 300, den V-
lej-ui en IJ- — 1 : IA = 100 : 400, den term; der-
halve de evenredigheid 300 : 400 = 700 — 175 ':
400 -1- 300 of 300 : 400 : 700.
Vraagstuk XXXYII.
Daar de reden 4 : 5 is, zoo bevat de som der drie
eerste termen negenmaal den gemeenen deeler van
de twee eerste, met nog viermaal den gemeenen dee-
ler van de twee laatste, en de som der drie laatste
termen bevat v^fmaal den gemeenen deeler van de
twee eerste met nog negenmaal den gemeenen deeler
van de twee laatste: dus 9 X den gem. deeler der 2
eerste -h 4 X dien der twee laatste — 1920 en 9 X
den gem. deel. der twee laatste -j-5 X dien der twee
eerste = 2490; derhalve ook 81 X den gem. deel. der
twee laatste 45 X dien der twee eerste 22410 en
20 X den gem. deel. der twee laatste 45 X dien
der twee eerste 9600 ; waaruit 01 — 20 r=: 61 X
den gem. deel. der twee laatste = 22410 — 9600
12810 , en dus de gem. deel. der twee laatste —
— 210 Op dezelfde wize welkende, vindt men voor
den volgenden gemeeneiï deeler van de tvvee eerste
120, en dus de evenredigheid 120 X 4 : 120 X 5 =
210 X 4 : 210 X 5 of 480 : 600 = 040 : 1050.
Vraagstuk XXX VIII.
Men onderzoeke de wet, welke de reeks van beta-
ling volgt, en dan zette men de termen voort. Nu is
het verschil tusschen den eersten en tweeden term
480, dat tusschen den tweeden en derden 370, tus-
schen den derden en vierden 260 ; /oodat het verschil
telkens met 110 afneemt. Men is dus in staat de reek«
te voltooijen , op de volgende wijze :