Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIJFDE HONDERDTAL. (171)
Vraagstuk XXXIX.
A. R. C. D. E.
8h 41. 21. 11. 6.
2. 82. 42. 22. 12.
4. 4. 84. 44. 24.
8. 8. 8. 88. 48.
16. 16. 16. 16, 96.
32. 32. 32. 32. 32.
Dewijl by bet laatste spel het aantal der stuivers van
A, B, C en D verdubbeld wordt, en zij na hetzelve elk
32 stuivers hebben , zoo hebben zij voor het spel
natuurlijk elk 16 stuivers ; en E, welke bij dat spel
4 X 16 = 64 verliest en nog 32 over houdt, heeft vóór
het vijfde spel, natuurlijk 96 stuivers gehad. Bij het
spel is het geld van A, B, C en E verdubbeld ; dus had-
den deze vóór het spel de drie eerste elk 8 , en C 48
stuivers. D verloor bij het vierde spel 3 X 8 -f- 48 =
72 stuivers, hij hield na hetzelve 16 stuivers over. en
had dus vóór hetzelve 88 stuivers. Bij het derde spel is
het geld van A, B, D en E verdubbeld ; A en B had-
den dus voor hetzelve elk slechts 4 stuivers. C verloor
dus 2 X 4 4-44-i-24 en hield nog 8 stuivers over;
bijgevolg had C vóór hij speelde 84 stuivers. B houdt
nadat hij gespecM heeft, 4 stuivers over, en het blijkt
uit hetgene de anderen na het tweede sj;el bezitten,
dat hij aan A 2, aan C 42, ain D 22 en aan E 12 ver-
loren heeft ; B had dus vóór zijn verlies 82 stuivers
en de anderen even veel als B aan hen verloor. A
houdt na zijn verlies 2 stuivers over, en hij verliest
aan B 41 , aan C2l, aan D II en aan E 6 stuivers;
dus heeft A, bij het begin gehad 81 stuivers, en de
anderen zoo veel als A aan hen verliest. Het boven-
staande tafeltje wijst pIUs bezittingen na elk spel, dooi'
deze redenering gevonden, kortel'jk aan.