Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 90 —
déclarer qu'il donnerait la moitié de la somme à celui qui
aurait Irouvé l'argent. C'était un matelot qui avait trouvé
la bourse, et qui porta cette bourse au crieur public. Le
marchand turc n'avait pas envie de donner au matelot ce
qu'il avait promis; cependant le juge força le marchand à
donner au matelot non seulement la moitié de l'argent, mais
le tout. — Pensez-vous que le juge eût raison? Je pense,
Monsieur, qu'il n'avait pas tort. Je présenterais la lettre
au comte, si je n'étais pas malade. Que penserais-tu de
mon ami, s'il avait proposé au pére d'accuser le marchand?
Quel avare ne désirerait pas des richesses? Nous assisterions
ce pauvre de notre argent, s'il méritait notre assistance.
Assisteriez-vous au jeu, si vous étiez en bonne santé? Oui,
Monsieur, sans doute. Ils trouveraient le livre, s'ils étaient
plus attentifs à chercher. Nous pensons qu'il y a beaucoup
d'hommes qui sont plus mécontents d'avoir peu d'argent
que peu d'esprit. Le baron ordonna au domestique de
parler au jardinier.
Ik zal met dm turkschen koopman spreken. Zoudt
gij dien man ondersteunen, indien hij ziek was? Ongetwij-
feld, mijnheer; hij verdient onze hulp. Zij zouden de
beurs vinden, indien zij zochten met meer oplettendheid.
Wij zouden den brief vertoonen, zoo wij dachten, dat het
nuttig was (bijv. w.). Zoudt gij den matroos geven, wat
gij beloofd zoudt hebben. Ja, mijnheer. Die heer is zeer
ongelukkig, want al zijne kinderen zijn gestorven. Ik heb
last, om te spreken met den tuinier. De reglers zullen de
kooplieden dwingen het geld te geven. Die heer heeft meer
geld dan verstand. Denkt gij, dat de regters vinden zul-
len (bijv. w,), wat zij zoeken? Vele menschen zijn onle-
vreden, omdat zij weinig geld hebben.
64. Un insulaire, een eilander; Ie vaisseau, het schip;
examiner, bezien, onderzoeken; Vadmiration (/".), de be-
wondering; remarquer, opmerken; la confiance, het ver-
trouwen; la gaieté, de vrolgkheid; Vépaule [f.), de schou-
der; voisin, e, naburig; une île, een eiland; montrer,
loonen; même, zelfs; Ie, la même, de, hetzelfde; plusieurs,
verscheidene; Ie rivage, de oever, het strand.