Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 79 —
d'ivoire sont plus beaux que les manches de corne. Les
chandeliers de cuivre sont moins bons que ceux d'argent.
On a apporte deux alouettes rôties dans une assiette de
porcelaine. Combien aviez-vous de cruches de terre? La
servante est négligente, elle a cassé mes assiettes. Le
comte a autant d'assiettes d'argent que ma mère a d'assiettes
d'étain. Ce marchand n'a pas tant de cuillers que le baron.
L'ivoire est plus précieux que la corne. La porcelaine
n'est pas si précieuse que le cristal.
God is onze beste vader; hij is heter dan alle vaders
der aarde. De zilveren schotels mijns vaders zijn schooner
dan die haars broeders. Deze aarden pot is niet schoon.
De aarden kruiken zijn schooner dan de aarden potten.
Mij7ie hoornen hechten zijn niet zoo schoon als hare ivoren
hechten. Geeft de meid het zilveren zoutvaatje, hel is
schooner dan het porceleinen. De graaf heeft evenveel zil-
veren kandelaars als ik koperen kandelaars heb. Zij heeft
gebroken twee porceleinen peperbussen en even zoo veel kris-
tallen zoutvaatjes. Hoe veel mosterdpotjes hebt gij? En
hoe veel zilveren lepels heeft men ontvangen?
84. Le café, de koffij; le thé, de thee; le chocolat, de
chocolade; le banc, de bank; la livre, het pond; le kilo-
gramme, het Ned. pond; le quintal, de centenaar; la dou-
zaine, het dozijn; une centaine, een honderdtal, honderd;
un hectolitre, een (Ned.) vat, een (Ned.) mud; le sucre,
de suiker; la paire, het paar. (§. 61.)
Donnez à cette fille un verre d'eau, elle a soif. Mon
père a acheté huit quintaux de foin. Ma mére a pris une
tasse de chocolat. Elle a apporté deux bouteilles de bière
et une bouteille de vin. La bière était meilleure que le
vin. Le paysan a vendu au voisin de mon pére deux
cents livres de beurre, cent cinquante livres de farine et
trois quintaux de foin. La paysanne a vendu au jardinier
deux hectolitres de pommes de terre et une centaine (=■ un
cent) d'oeufs. La cruche d'eau est sur le banc de pierre,
le pot de lait est sur le banc de bois. J'ai acheté une
douzaine de canifs et deux cents plumes. Le marchand