Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 74 —
iedereen; plus de quatre, meer dan vier; Vun et Vautre,
beide, beiden,
Amslerdam a moins d'habitants que Paris. La Neêr-
lande n'a pas autant d'habitants que la France. Les villes
de notre pays ont moins d'habitants que celles du TÔtre.
Henri est dans le jardin, il a cherché des fraises; il y a
peu de fraises dans ce jardin. Les villes ont plus d'habi-
tants que les villages. Le boeuf a mangé des herbes. Il
y a dans ce village beaucoup de boeufs, de vaches et de
veaux. Ces arbres ont porté de bons fruits, beaucoup de
fruits sont tombés à terre. Cet homme a mangé plus de
quatre pains, il en a mangé plus de cinq. Il n'y a pas autant
de rossignols que de moineaux. On aime les rossignols plus
que les moineaux. L'herbe est verte. Hier l'herbe était
humide. L'herbe est aujourd'hui aussi humide qu'hier.
Dans ce village il n'y a point de marchands. Tout le
monde est conlent de votre frère et de votre soeur. Beau-
coup d'hommes sont inconstants. Il y a peu d'hommes
infatigables. Mon ami est trop négligent, et il est trop
peu appliqué. Guillemette a trop peu d'application. Cet
homme a faim et soif, il a demandé du pain et de l'eau;
donnez l'un et l'autre. Il y a des animaux qui sont in-
domptables. Le tigre que j'ai vu, est indomptable.
Frankrijk heeft veel meer inwoners dan Holland. De
ossen hebben hel gras gegeten. Wij hebben geene tuinen.
Er zijn in deze stad en in al de steden van Holland vele
hooplieden. Mijne zuster is te nalatige zij is te weinig
werkzaam. Uwe broeders zijn onbestendig. Wij hebben
honger en dorst; geeft ons goed brood en goeden wijn.
Iedereen is werkzaam in dit kleine dorp. Zijt gij onver-
moeid? Er zijn weinig bestendige mensehen in de wereld.
Er is geen brood, want er is geen geld. Parijs heeft meer
inwoners dan Amslerdam, dat meer dan tweemaal honderd
duizend inwoners heeft. De tijgers zijn ontembare dieren.
Ons land heeft niet meer dan drie millioen inwoners. Frank-
rijk heeft meer dan vijf en dertig millioen inwoners.
50. Le bonheur, het geluk; le malheur, het ongeluk;