Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
c. Door (le orde der woorden, ten opzigle van elkander:
Jan slaat Willem.
De plaals, die Jan bekleedt, kondigt hem als werker
(Is'e naamv.) aan, terwijl de plaals, door Willem ingeno-
men, den laatslen als de lijdende partij (4't': naamv.) aan-
duidt.
§. 4. De fransche taal laat de zelfst. naamwoorden en
de ze vergezellende bijvoeg, naamwoorden, in al hunne
betrekkingen tol andere zelfst. naamwoorden, onveranderd,
en vormt hare naamvallen:
a. Door de orde der woorden, ten opzigle van elkander:
Le père aime le fils, de vader bemint den zoon.
Le fils aime le père, de zoon bemint den vader.
Deze verschillende orde vormt twee naamvallen, den
Jsten en
De en 4'!'= naamval zijn dus gelijk.
b. Door voorzetsels:
Le cheval de mon frère, het paard mijns broeders.
Il donne le livre à mon cousin, hij geeft het boek aan
mijn' neef.
Hierdoor worden twee naamvallen gevormd, ile en 3de.
§. 5. Op dezen regel zijn slechls twee uilzonderingen.
Heeft de naamval Ie, zoo heeft de 2<'e du, de 5<le au;
heeft de 1®'® naamval les, zoo heeft de des, de 3''® aux.
Le frère, de broeder; du frere, iles broeders, van den
br.; au frère, den broeder, aan den br.; les frères, les
soeurs, de broeders, <le zusters; des frères, des soeurs,
der broeders, der zusters, van de br., van de z.; aux
frères, aux soeurs, der broeders, der zusiers, aan de br.,
aan de z..
Deze verandering van het lidw. Ie, les is echter geene
verbuiging, maar eene zamenlrekking van het voorzetsel
met het lidw.; du, des zijn gevormd uil de Ie, de les,
au, aux uit à le, à les.
§. 6. Niet overal, waar in het Fransch de of à voor
het zelfst. naamwoord slaat, kan men het door den S^l®»
of SJ«" naamval vertalen:
II est fier de ses richesses, hij is Irolsch op zijne rijk-
dommen.
II est assidu à Vélude, hij is ijverig in de studie.