Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 79 —
a demandé h son voisin s'il serail conlenl. Le paysan a
lué beaucoup de corbeaux qui auraient été nuisibles. Ma
mére a autant de fourchelles que ma tante, et autant de
verres que ma nièce; elle a autant de fourchettes que de
couteaux, et autant de verres que de bouteilles. Cet homme
a demandé des chandelles et des chandeliers; il a reçu
trop de chandeliers, mais il a reçu trop peu de chandelles.
L'ami de mon neveu n'a pas lu tant de livres italiens que
de livres français; il a lu autant de livres espagnols que
de livres anglais. Ces hommes ont autant aimé le jeu que
la musique; ces enfants n'ont pas tant aimé la musique
que les jeux. Ce paysan a plus de poules que d'oeufs, et
autant de poules que de canards; mais il n'a pas autant
d'oies que de canards. As-lu demandé à ce paysan s'il
aurait des poulets? Ce paysan a tué plus de lapins que de
lièvres; les renards ont tué plus de lapins que les chasseurs.
Les enfanls n'ont mangé aujourd'hui que de pelils morceaux
de viande; ils ont mangé plus de pain que de viande, mais
hier ils ont mangé plus de viande que de pain. Vous avez
assez de livres. Je n'ai point de plumes,
Ik heb evenveel boeken als schrijfboeken; gij hebl hoe-
ken genoeg; maar gij hebl Ie weinig schrij/boeken. Wij
hebben meer glazen dan flesschen. Deze boer heeft evenveel
ganzen als eenden, en nog meer hoenders dan ganzen. Ik
heb gelezen evenveel fransche boeken ah gij; maar ik heb
gelezen minder duitsche boeken dan mijn vader. Ik heb
geld genoeg, maar ik heh geene goede boeken genoeg. Mijne
zuster heeft evenveel pennen als de hare, maar zij heeft
minder goede pennen dan gij. Hebt gij aan den boer ge-
vraagd, of hij veel eijers zou hebben? De vos heeft ge-
dood evenveel hazen als de jagers van ons dorp. Die
kinderen hebben minder brood dan wij; het (ce) zijn arme
kinderen. IJttn vader hee/t geen geld om te koopen brood.
49. Vn habitant, een inwoner, bewoner; tombé, gevallen;
la fraise, de aardbei; Pherbe {f.), het gras; les herbes, de
kruiden, groenten; la ville, de stad; Ie village, het dorp;
il y a, er is, er zijn; le monde, de wereld; tout le monde.