Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
toile et des bas de colon. L'empereur a parlé à des com-
tes et à des barons; les comtes sont plus riches que les
barons, mais les barons sont plus actifs que les comtes. Les
paysans ont tué des corbeaux. Le baron a des chevaux et
des écuries. Les écoliers étourdis avaient gâté du papier
et de l'encre. L'encre est aussi nécessaire aux écoliers que
le papier. Vous avez donné aux écoliers de mauvais papier
et de l'encre paie. Le comte a porté un habit brodé d'or.
Henri a vu des livres aussi bien que Charles. Guillaume
a lu des livres français. François a écrit des lettres anglaises.
Les ânes avaient porté de lourds fardeaux. Le jardinier a
cherché des fleurs et des fruits. L'enfant friand a cherché
des pommes el des poires. Vos enfants sont plus friands
que les miens. Le paysan a vendu du bois au boulanger.
Wij hebben goed fluweel. Ik heb geschreven brieven.
IlendrUi heeft gelezen fransche brieven, en Frans heeft
geschreven lange engelsche brieven. De arme vrouw heeft
WH brood. De paarden des graven hebben gedragen zware
lasten. Hare zuster is een snoepachtig meisje. Zijne moe-
der is eene zeer goede vrouw. Haar vader heeft fcleederen
geborduurd met (= van) goud. De rijke en de arme zijn
gelijk voor God. Mijn broeder hee/t gesproken met aan)
graven en barons. Gij hebt bedorven goed papier, goeden
inkt en goede pennen. Ik heb gezien in onzen tuin fraaije
vruchten en schoone bloemen. Zij heeft geschreven lange brie-
ven aan haren vader en aan hare moeder, die afwezig zijn.
47. La chemise, het hemd; déchiré, Terscheurd; excel-
lent, uitmuntend, voorlrefielijk; Ie drap, het laken; la
soie, de zijde; hérité, geërfd; nuisible, schadelijk; quel-
quefois, soms, somtijds; la cerise, de kers; la prune, de
pruim; /u^/e, regtvaardig; Ie magistrat, de overheidsper-
soon; Ie feu, het vuur; Ie cahier, hel schrijfboek.
Le pauvre avait des habits déchirés; des femmes bien-
faisantes ont donné à ce pauvre des chemises et du drap.
Les riches barons ont porté des habits brodés d'or et de
soie. Le feu est toujours nécessaire, il est quelquefois
nuisible. Les Gis (riands du voisin ont mangé des cerise«