Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 69 —
loups, des louves el des louveteaux. Nous avons vu des
lions, des lionnes et des lionceaux.
Gij zull wijn, hier en tvater hehhen. Mijne moeder
heefl gekocht vlecsch en kaas. De oplettende scholieren
hehhen gekregen papier en pennen, lieden heb ik gezien
kinderen, die zeer nieuwsgierig waren. Wij zijn tevreden,
want wij hehhen goud en zilver. Het goud en het zilver
zijn kostbare metalen. liet ijzer is nuttiger dan hel goud.
IJij zal koper en tin hebben. De oplettende schoolmeisjes
zullen pennemessen, pennen en inkt hebben. De jager heeft
geschoten {= gedood) hazen, patrijzen en konijnen. Zij
zal niets dan brood en water krijgen. Het water is nut-
tig, nuttiger dan de wijn. Men vindt in die groote wou-
den: leeuwen, tijgers, olifanten, wolven, enz.
45. Doux, zoet, zacht; le sel, het zout; le poivre, de
peper; la moutarde, de moslerd; la cannelle, hel kaneel;
la plante, dc plant; préféré, verkozen; donnez, geef, geeft;
magnifique, prachtig; parlé de, gesproken van, over; parlé
à, gesproken met; le maître, de onderwijzer, de heer;
le palais, het paleis.
Nous avons mangé de bons fruits. Vous avez bu de
bonne eau, mais vous avez bu de mauvaise bière. L'écolier
a préféré des canifs à des couteaux. Donnez au petit
garçon de bon papier. Ces hommes ont de beaux jardins,
de grandes maisons et de magnifiques palais. La servante
a apporté à ma mère du sel, du poivre et de la moutarde.
J'ai vu des hommes savants, nous avons parlé aujourd'hui
à des hommes savants. Le maître est venu avec des éco-
liers attentifs. (§. 11.) J'ai partagé mon pain avec de bons
enfants. Nous avons trouvé ces petits cailloux dans de la
farine. La servante a cassé des verres blancs et des bou-
teilles vertes. Ma mère a parlé de mon père. Nous avons
bu du vin doux. La servante a acheté de bon sel, de
bonne moutarde el de mauvais poivre. Nous avons vu de
grands garçons, vous avez parlé à de grands garçons. Le
boeuf a mangé des plantes. Voici des soldats courageux;