Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 48
kooi. Zij heeft gezonden eetien appel en eene peer aan
mijnen broeder. Ik bemin den getrouwen hond en het
7iultige paard,
24. Le mien, la mienne, de, liel mijne; le lien, la tienne,
de, hel uwe; le vin, de wijn ; la bière, hel hier; bu,
gedronken; mangé, gegeten; bienfaisant, e, weldadig; ces,
deze; zonder; am«, vriend; amie, vriendin; mes, mijne.
Nous avons reçu de noire pére un livre, lu as reçu du
tien un lapin. Mon pére est venu avec ma mére. L'enfant
de mon ami a mangé la viande sans pain, et il a bu le
vin sans eau. Les amis de mes amis sont mes ainis. Je
suis venu sans mon ami, et tu es venu sans le lien. Votre
fleur est belle, mais votre vin est mauvais. La bière de
votre pére est mauvaise, mais la bière du mien est bonne.
Le jardin de votre tanle est grand, el le jardin de la mienne
est beau. Celte atïiie de mon frère esl bienfaisante, car
elle a donné ces pains aux |)etils enfanls de mon bon voisin.
La servante de mon voisin et la mienne ont mangé le gros
pain que mon père a achelé dans la maison du jardinier.
Ta fenêtre est grande, la mienne est très-[»elite. Aime ton
ami, j'aime le mien. Les amis de Ion frère sont bienfai-
sants, et les amis du mien sont bons. Vous avez écrit
hier une longue lettre à votre ami; j'ai envoNé aujourd'hui
une très-longue lettre au mien.
Wij hebben gedronken heden den wijn, dien gij hebt
gezonden gisteren aan den vader onzes vriends. Mijn broe-
der is gekomen sonder hoeken. De vriend mijns vriends
is ook mijn vriend. Gij zijt mijn vriend, want gij zijt
de vriend mijns vriends. Mijn bier en het uwe. Uw wijn
en de mijne. De broeder mijns vriends is weldadig, en
zijne zuster is zeer weldadig. Hebt gij reeds geschreven
tnven brief? Deze brief is lang, maar de hare is zeer
lang. De bloemen, die zijn in haren tuin zijn zeer schoon;
maar de uwen zijn nog schooner.
2Î5. Pauvre, arm; riche, rijk; l'homme (m.), de mensch,
man; toujours, altijd, steeds; ^e^, uwe; les parents [m.), de