Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 47 —
sloten de deur van mijnen tuin. Hebt gij ook gesloten de
deur? liet venster van het huis is groot. De tuinlieden
zijn goed; zij hebben de bloem aan mijne moeder gezonden.
Gij zijt tevreden, voant gij hebt ontvangen het boek van
uwen vader. De dochters van den buurman hebben gekocht
de bloemen van den tuinman mijns vaders.
23. On, men; la cage, de kooi; beau, bel, belle, schoon;
j^aime, tu aiynes, ik bemin, gij bemint; il, elle, on
aime, hij, zij, men bemint; Voncle, de oom; la tante,
de tante; Ie lapin, hel konijn; Varbre (m,), de boom; la
pomme, de appel; la pomme de terre, de aardappel; la
poire, de peer; encore, nog; enfermé, (in)gesloten.
Un bon fils aime son père et sa mère. J'aime mon
père; aimes-tu aussi ton père? Ce fils est bon, car il
aime son père. Cette fille esl bonne, car elle aime sa
mère. Ce lapin est très-beau, j'ai reçu de mon oncle ce
beau lapin. L'oiseau est beau, j'ai vu ce bel oiseau sur
l'arbre de mon oncle. As-tu vu la belle pomme? As-tu
vu les belles pommes sur les arbres de mon oncle? Notre
oncle a envoyé à notre mère une belle pomme. Où sont
les pommes de terre? Elles sont sur la table. Sont-elles
encore dans le jardin? Ce bel enfanl a une bonne mère.
Avez-vous encore la belle poire? J'ai donné celte belle
poire au beau-fils de ma voisine. Ta tante a-l-elle donné
à mon frère un lapin ou un livre? On a enfermé l'oiseau
dans une cage. Le père a enfermé son petit enfant dans
la chambre. Le lapin du voisin est blanc, mais le lapin
du jardinier est noir. Où esl le beau cheval? Il esl déjà
vendu. Où esl son beau canard? Il est vendu aussi.
Cette belle poire esl pour ma soeur.
Gij houdt veel van (bemint) uw konijn, en ik houd
veel van mijnen hond. Deze aardappel is voor uwe zuster.
De kat is in den tuin mijns broeders. De oom heeft ge-
zonden eene schoone peer aan den vader. Hebt gij nog
een boek? Ik heb ook nog eene pen en een pennemes.
Het boek mijns vaders is verloren. Men bemint een goed
kind. Gij hebt gesloten den vogel mijner zuster in eene