Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
,')0
Plus-que-par fait.
Que j'eusse eu, dat ik hadde
que tu eusses eu, dat gij haddet
qu'il, qu'elle, qu'on eût eu, dat hij, zij, men haddef^l
que nous eussions eu, dat wij hadden
que tous eussiez eu , dat gij haddet
qu'ils, qu'elles eussent eu, dat zij hadden
0)
WD
Infimtif.
Présent.
Etre, zijn of wezen.
Passé,
AToir été , geweest zijn.
Participe.
Présent.
Etant, zijnde.
Passé.
Été, ayant été, geweest, geweest zijnde.
Indicatif.
Présent.
Je suis, ik ben.
tu es, gij zijt.
il, elle, on est, hij, zij, men is.
nous sommes, wij zijn.
vous êtes, gij zijt.
ils, elles sont, zy zijn.
Imparfait.
J'étais, ik was.
lu étais, gij waarl.
il, elle, on était, hij, zij, men was.
nous étions, wij Waren.
vous étiez, gij waart.
ils, elles étaient, zij waren.
*) De leerling merke op, dat dit werkw. niet 200 als in onze laal
met zich zelf, maar me\. hebben vervoegd wordt, en men dus zegt:
ik heb geweest, j'ai été, enz.