Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
s
u
tu aurais, gij zoudt
il, elle, on aurait, hij, zij, men zou
nous aurions, wij zouden hebben,
vous auriez, gij zoudt
ils, elles auraient, zij zouden
Passé,
J'aurais eu ou j'eusse eu, ik zou
tu aurais eu ou lu eusses eu, gij zoudt
il, elle, on aurait eu ou il, elle, on eût eu, hij, zij,f-g
[men zou,—
nous aurions eu ou nous eussions eu, wij zouden
vous auriez eu ou vous eussiez eu, gij zoudt
ils, elles auraient eu ou ils, elles eussent eu, zij zouden
Impératif.
Aie, heb.
avons, laat ons hebben,
ayez, hebt.
Subjonctif.
Présent,
Que j'aie, dat ik hebbe.
que tu aies, dat gij hebbel.
qu'il, qu'elle, qu'on ait, dat hij, zij, men hebbe.
que nous ayons, dat wij hebben,
que vous avez, dat gij hebbel,
qu'ils, qu'elles aient, dat zij hebben.
Imparfait,
Que j'eusse, dat ik hadde.
que tu eusses, dat gij haddet.
qu'il, qu'elle, qu'on eût, dat hij, zij, raen hadde.
que nous eussions, dat wij hadden,
que vous eussiez, dat gij haddet.
qu'ils, qu'elles eussent, dat zij hadden.
Passé,
Que j'aie eu, dat ik hebbe
que lu aies eu, dat gij hebbet.
qu'il, qu'elle, qu'on ait eu, dat hij, zij, men hebbe^ i i
que nous ayons eu, dat wij hebben
que vous ajez eu, dat gij hebbet
qu'ils, qu'elles aient eu, dat zij hebben