Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 51
Je donne, ik geef; je lui donne, ik geef hem; je le
donne, ik geef hel; je le lui donne, ik geef hel hem.
§. 95. Wanneer de en naamval Iegelijk met
het werkw. verbonden worden, is de verbimling als volgt:
me Ie, me la, me les; te Ie, te la, te les; se Ie, se la,
se les; Ie lui, la lui, les lui; nous le, nous la, nous les;
vous le, vous la, vous les; le leur, la leur, les leurs.
Il me le donne, hij geeft het mij.
Je vous la rends, ik geef u haar terug.
Elle se les est appropriés, zij heefl ze zich toegeëigend.
Je le lui ai dil, ik heb het hem gezegd.
Hieruit ziet men, dat meeslal, evenwel niet alüjd , de
naamv. den voorafgaat. Bij de gebied, wijs is
deze orde niet dezelfde.
§. 94. De 5^^ en 4"^ naamv. slaat allijd voor het
werkw., b. v.:
Je lid dis la vérité, ik zeg hem de waarheid.
Je l'ai fait par amitié, ik heb het uit vriendschap
gedaan.
§. 95. Bij (niet vragende) ontkenningen staal ne on-
middelijk na het onderwerp, pas onniiddelijk na het \^erkw.
of hulpw., b. v. : mon père ne donne pas, mijn vader
geeft niet; il n^a ])as su sa leçon, hij heeft zijne les niet
gekend. Het bijvoegen van voornaamwoorden in den
of naamv. verandert deze orde niet, b. v.: il ne le
lui a pas dit, hij heeft het hem (haar) niet gezegd.
§. 96. Bij vragende vormen wordt slechls het voor-
naamw. in den Isten naamv. na het werkw. of hul[»werkw.
geplaatst; al het andere blijft als bij niet-vragende vor-
men, b. v.:
Ne Ie lui dirai-]G pas? Zal ik het hem (haar) niet zeggen?
Ne nous Vaurail-W pas dilF Zou hij hel ons niet gezegd
hebben ?
§. 97. Bij de bevestigende gebied, wijs slaan de voor-
naamw. na de werkw.; bij de ontkennende gebied, wijs
voor dezelve, b. v.: donnez-moi, geef mij; donnez-le-nous,
geef het ons; ne me gronde^ pas, beknor mij niel; ne me
Ie cachez pas, verberg hel mij niet.