Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
il, elle, on ne finirait pas, hij, zij, men zou
nous ne finirions pas, wij zouden
niet
eindigen.
TOUS ne finiriez pas, gij zoudt
ils, elles ne finiraient pas, zij zouden
Passé,
Je n'aurais pas fini ou je n'eusse pas fini, ik zou >
tu n'aurais pas fini ou tu n'eusses pas fini, gij zoudt
il, elle, on n'aurait pas fini ou il, elle, on n'eût pas fini,
[hij, zij, men zou
nous n'aurions pas fini ou nous n'eussions pas fini,
to
O O
[wij zouden èc-g
-fi
o
'g
TOUS n'auriez pas fini ou vous n'eussiez pas fini, gij
[zoudt
ils, elles n'auraient pas fini ou ils, elles n'eussent
[pas fini, zij zouden
Impératif.
Ne finis pas, eindig niet.
ne finissons pas, laat ons niet eindigen,
ne finissez pas, eindigt niet.
Subjonctif.
Prése7it,
Que je ne finisse pas, dat ik niet eindige,
que tu ne finisses pas, dat gij niet eindiget.
qu'il, qu'elle, qu'on ne finisse pas, dat hij, zij, men niet
eindige.
que nous ne finissions pas, dat wij niet eindigen,
que TOUS ne finissiez pas, dat gij niet eindiget.
qu'ils, qu'elles ne finissent pas, dat zij niet eindigen.
Imparfait,
Que je ne finisse pas, dat ik niet eindigde,
que tu ne finisses pas, dat gij niet eindigdet.
qu'il, qu'elle, qu'on ne finît pas, dat hij, zij, men niet eindigde,
que nous ne finissions pas, dat wij niet eindigden,
que vous ne finissiez pas, dat gij niel eindigdet,
qu'ils, qu'elles ne finissent pas, dat zij niet eindigden.
Passé,
Que je n'aie pas fini, dat ik niet hebbe 1 ... ,
que lu n'aies pas fini, dat gij niet hebbetJ^^^'"