Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
21 —
Passé indéfini.
Je n'ai pas fini, ik heb
lu n'as pas fini, gij hebl
il, elle, on n'a pas fini, hij, zij, men heeiïj^ niet
nous n'avons pas fini, wij hebben /geëindigd.
TOUS n'avez pas fini, gij hebt
ils, elles n'ont pas fini, zij hebben
Passé antérieur.
Je n'eus pas fini, ik had
lu n'eus pas fini, gij hadt
il, elle, on n'eut pas fini, hij, zij, men had[^ niet
nous n'eûmes pas fini, wij hadden /geëindigd,
vous n'eûles pas fini, gij hadt
ils, elles n'eurent pas fini, zij hadden
Plus-que-parfait,
Je n'avais pas fini, ik had
lu n'avais pas fini, gij hadt
il, elle, on n'avait pas fini, hij, zij, men had(^ niet
nous n'avions pas fini, wij hadden /geëindigd,
vous n'aviez pas fini, gij hadl
ils, elles n'avaient pas fini, zij hadden
Futur,
Je ne finirai pas, ik zal
tu ne finiras pas, gij zult
il, elle, on ne finira pas, hij, zij, men zal( niet
nous ne finirons pas, wij zullen /eindigen,
vous ne finirez pas, gij zult
ils, elles ne finiront pas, zij zullen
Futur antérieur.
Je n'aurai pas fini, ik zal
lu n'auras pas fini, gij zult .
il, elle, on n'aura pas fini, hij, zij, men zall ,. ,
, .} . .. ,v Vgeeindigd
nous n aurons pas lini, wij zullen ,, ^
> - *• I. neDDen*
TOUS n aurez pas hni, gij zult
ils, elles n'auront pas fini, zij zullen
Conditionnel.
Présent,
Je ne finirais pas, ik zoude (zou) i niet
tu ne finirais pas, gij zoudt jeindigen.