Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 20 —
I.
TWEEDE VERVOEGING.
(NégativemenL Onlkennend.)
Finir, eindigen.
Infinitif.
Présent.
Ne pas finir, niel eindigen.
Passé.
Ne pas avoir fini, niet geëindigd hebben.
Participe
Présent,
Ne finissant pas, niet eindigende.
Passé,
Fini, geëindigd.
N'ayant pas fini, niet geëindigd hebbende.
Indicatif.
Présent.
Je ne finis pas, ik eindig niet.
tu ne finis [>as, gij eindigt niet.
il, elle, on ne finit pas, hij, zij, men eindigt niet.
nous ne finissons pas, wij eindigen niet,
vous ne finissez pas, gij eindigt niet.
ils, elles ne finissent pas, zij eindigen niet.
Imparfait,
Je ne finissais pas, ik eindigde niet,
tu ne finissais pas, gij eindig<let niet.
il, elle, on ne finissait pas, hy, zlj, men eindigde niet.
nous ne finissions pas, wij eindigden niet.
vous ne finissiez pas, gij eindigdet niet.
ils, elles ne finissaient pas, zij eindigden niet.
Passé défini.
Je ne finis pas, ik eindigde niet.
lu ne finis pas, gij eindigdet niet.
il, elle, on ne finit pas, hij, zij, men eindigde niet.
nous ne finîmes pas, wij eindigden niet.
vous ne finîtes pas, gy eindigdet niet.
ils, elles ne finirent pas, zy eindigden niet.