Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
bewijzen.
Plus-que-par fait.
J'avais prouvé, ik had
lu avais prouvé, gij hadt
il, elle, on avait prouvé, hij, zij, men had
nous avions prouvé, >vij hadden '
TOUS aviez prouvé, gij hadt
ils, elles avaient prouvé, zij hadden
Futur,
Je prouverai, ik zal
lu prouveras, gy zult
il, elle, on prouvera, hij, zij, men zal
nous prouverons, wij zullen
TOUS prouverez, gij zult
ils, elles prouveront, zij zullen
Futur antérieur.
J'aurai prouvé, ik zal
tu auras prouvé, gij zult
il, elle, on aura prouvé, hij, zij, men zal (^bewezen
nous aurons prouvé, wij zullen ^^hebben,
tous aurez prouvé, gij zult
ils, elles auront prouvé, zij zullen
Conditionnel,
Présent,
Je prouverais, ik zoude (zou)
tu prouverais, gij zoudl
il, elle, on prouverait, hij, zij, men zou
nous prouverions, wij zouden
tous prouveriez, gij zoudt
ils, elles prouveraient, zij zouden
Passé,
J'aurais prouvé ou j'eusse prouvé, ik zou
tu aurais prouvé ou lu eusses prouvé, gij zoudt
il, elle, on aurait prouvé ou il, elle, on eût
"prouvé, hij, zij, men zou bewezen
nous aurions prouvé ou nous eussions prouvé, ^hebben.
[wij zouden
TOUS auriez prouvé ou vous eussiez prouvé,
[gij zoudt
^bewijzen.