Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ayant

17 —

V Pi^esenL
Je prouve, ik Pbwija. —
tu prouves, gij bewijst,
il, elle, on prouve, hij, zij, men bewijst,
TOUS prouvez, gij bewijst (enk, of mee/T.).
ils, elles prouvent, zij bewijzen (m. en vr.).
Imparfait.
Je prouvais, ik bewees,
tu^prouvais, gij beweest,
il, elle, on prouvait, hij, zij, men bewees,
nous prouvions, wij bewezen,
vous prouviez, gij beweest,
ils, elles prouvaient, zij bewezen.
Passé défini.
Je prouvai, ik bewees,
tu prouvas, gij beweest,
il, elle, on prouva, hij, zij, men bewees,
nous prouvâmes, wij bewezen,
vous prouvâtes, gij beweest,
ils, elles prouvèrent, zij bewezen.
Passé indéfini.
J'ai prouvé, ik heb
tu as prouvé, gij hebt
il, elle, on a prouvé, hij, zij, men heeft
nous avons prouvé, wij hebben
vous avez prouvé, gij hebt
ils, elles ont prouvé, zij hebben
Passé antérieur.
J'eus prouvé, ik had
lu eus prouvé, gij hadt
il, elle, on eut prouvé, hij, zij, "^en had
nous eûmes prouvé, wij hadden ^
vous eûtes prouvé, gij hadt
ils, elles eurent prouvé, zij hadden
bewezen.
â «I