Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15 —
76. Le futur, gaal uil op rai, ras, ra, rons, res,
ront.
§. 77. Le condiliomiel présent gaat uit op rais, rais y
rail, rions, riez, raient,
§. 78, Le présent du subjonctif gaat uit op e, es, e,
tons, l'ez, ent. De eersle en tweede persoon meerv, zijn
gelijk aan dezelfde personen in den irnparf, de Vind,; de
derde persoon meerv. is gelijk aan den derden persoon
meerv. van den prés. de Vind,
§. 79. L'imparfait du subjonctif gaat in 1. uit op
asse, asses, ât, assions, assiez, assent; in 2. en 4. wordt
die a vervangen door i\ in 5. door w.
§. 80. Wanneer op den derden persoon enk., die op
a of e uilgaal, hel voornaamw. il, elle of on volgt, plaatst
men, ter bevordering der welluidendheid, tusschen het
werkw. en voornaamw. eene /, met een tiret (streepje) aan
weerskanten, b. v. aura-t-il, zal hij hebben? prouve-t-on,
bewijst men?
§. 81, Wanneer een werkw. op ger uitgaat, plaatst
men, insgelijks 1er bevordering der welluidendheid, eene e
achter de g, wanneer deze voor a of o komt, b. v. man~
ger, eten; nous mangeons, wij eten; je mangeais, je man-
geai, ik at, enz.
§. 82. Wanneer een werkw, op eer uitgaat, plaatst
men eene cédille onder de c (c), wanneer deze voor a of o
komt; dit duidt aan, dal die c, niet als onze hollandsche
k, maar zacht, nl. als eene scherpe s, moet worden uit-
gesproken, b. V. placer, plaatsen; nous plaçons, wij plaat-
sen; je plaçai, ik plaatste; ook voor de o en u heeft de c,
(in werkwoorden, in welker Infinitif Aç^ c als eene scherpe
s wordt uitgesproken, b. v. in recevoir), om dezelfde re-
den eene cédille, b. v, ils reçoivent, zij ontvangen; je
reçus, ik ontving.
§. 85. In de werkwoorden op er, welker eindletter-
greep voorafgegaan wordt door e, als lever, opheffen; semer,
zaaijen, neemt die e een accent grave (ê) aan, wanneer op
dezelve eene stomme lettergreep volgt, b. je lève, ik
hef op; je sème, ik zaai; je lèverai, ik zal opheffen; je
sèmerais, ik zoude zaaijen.