Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 13 —
afgeleide tijden {temps dérivés). De tijden, die met het
hulpwerkwoord avoir gevormd worden, noemt men zamen-
gestelde tijden {temps composés).
I. Oorspronkelijke tijden.
§. 68.
a) Onbep. wijs, tegenw. tijd {infinitif présent):
1. prouver, 2,. finir, 5. recevoir, ^.perdre.
b) Tegenw. deelw. (participe présent):
1. prouvant, 2. finissant, 5. recevant, 4. perdant.
Aanm. 1 en 4 voegen achter den wortel ant; 2 issanl;
3 evant.
c) Verleden deelw. {participe passé):
1. prouvé, 2. fini, 5. reçu, 4. perdu.
Aanm. 1. voegt ach 1er den wortel é, 2. i, 5. «, 4. u.
d) Aant. wijs, tegenw. tijd {indicatif présent):
1. je prouve, 2. je finis, 3. je reçois, 4. je perds.
Aanm. 1. voegt achter den worlel e, 2. is, 3. ois, 4. s.
e) Bepaald verl. tijd (passé défini) :
1. je prouvai, 2. je finis, 3 /e reçus, 4. je perdis.
Aanm. 1 voegt achter den wortel ai, 2. en 4. is, 3 us.
II. Afgeleide tijden.
§. 69.
Van den présent de Vindicatif leidt men af:
o) Den toekomenden tijd {Ie futur):
1. en 2. voegen ai achter den infinitif, 3. verandert
oir in rai, 4. verandert e in ai:
prouver, je prouverai; finir, je finirai; recevoir, je
recevrai; perdre, je perdrai,
b) Den voorwaardelijken tijd (le conditionnel présent):
1. en 2. voegen ais achter den infinitif, 3. veran-
dert oir in rais, 4. verandert e in ais:
prouver, je prouverais; finir, je finirais; recevoir,
je recevrais; perdre, je perdrais.
§. 70. Van het participe présent leidt men af;
a) Het meervoud van den présent de Vindicatif, door
ant te veranderen in ons, ez, ent:
y :