Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
'ic-
— 12 —
Toorstell, noch hetzelve met een' der genoemde personen
in betrekking brengt, heet onbepaalde wijs {infinitif, m.)
b. v. beminnen, haten.
§. 63. De onbep. wijs heeft in het Fransch vier ver-
schillende uitgangen, en daaruit ontslaan vier vervoegingen:
a) de eersle uilgang is er; hij vormt de werkwoorden
der eerste vervoeging:
prouver, bewijzen,
fermer, sluiten.
b) De tweede uilgang is ir; hij vormt de werkwoorden
der tweede vervoeging:
. finir, eindigen,
nourrir, voeden.
c) De derde uilgang is oir; hij vormt de werkwoorden
der derde vervoeging:
recevoir, ontvangen,
apercevoir, bemerken.
d) de vierde uilgang is re; hij vormt de werkwoorden
der vierde vervoeging:
perdre, verliezen,
rendre, wedergeven.
Aanm. De opgenoemde werkwoorden heeten bedrijvende
{A. werkwoorden, zijnde de zoodanigen, die eene dadelijke
bepaling naamval 1 onmiddellijk achter zich kunnen
hebben, b. v,: ik ontvang — een' brief, je reçois —
une lettre. De bedrijvende werkwoorden hebben, ter vol-
komene vorming aller tijden, in het Fransch, even als in
het Hollandsch, het werkw. avoir, hebben noodig (D.
§§. 15-2ÎÎ.)
wortels der werkwoorden.
Oorspronkelijke en afgeleide tijden.
§. 66. Wanneer men de uitgangen er, ir, evoir en re
van de onbep. wijs der werkwoorden afneemt, zoo blijven
de wortels der werkwoorden over: prouv, fin, ree, perd.
§. 67. Van de wortels (racines) vormt men de oor-
spronkelijke tijden [temps primitifs), van deze laatste de
ü.