Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 144 —
Bladz. Bladz. Bladz.
leur 45, 54 lit 66 loup 55
leurs 51 livre 39, 79 lourd 53
libraire 80 loger 101 louve 55
licou (halster , m.) 50 loi ("ïvet, vr.) 106 louveteau 55
lièvre (haas, m.) 52 Londres 100 lu 57
lion 55 long, -gue 43 lucratif 75
lionceau 55 longtemps 66 lui 30
lionne 55 lorsque 93 lumière 105
lire 93 Louis 57|lune (maan, vr.) 92
M'
ma
magistrat
Bladz.
126
39
71
magnifique 69
main (kand, vr.) 80
mais 40
maison 42
mai Ire 69
mal (ramp , pijn,
vr.) 96, 130
malade 56
maladie (ziekte,
vr.) 86
malheur 74
malheureux 43
malice 85
malsain 76
maltraiter 94
manche (sleel, m.) 78
mangé 48
manteau (mantel,
m.) 83
marbre 81
marchand 49
marchandise (koop-
vvaar, vr.) 61
marché 120
marcher 83
Naturel
ne - jamais
Bladz.
92
109
M.
Bladz.
marleau(hamer,m.)50
matelot 89
matin(morgen,m.)104
mauvais 43
me 30
méchant 57
mecontent 43
médecin 58
médecine 58
meilleur 9
même 90
mener 94
mépris 109
méprisable 111
mépriser 124
mer (zee , vr.) 105
mère 39
mériter 89
mes 48
métal 68
métier 75
mélre (Ned. el, vr.) 80
mien , - nne 48
mil, mille 5
milieu 86
miroir (spiegel,m.) 130
modéré 63
modeste 82
N.
Bladz.
moi 29, 134
moindre 61
moineau (musch,
vr.) 55
moins 65, 130
mois (maand, vr.) 85
moitié (helit, vr.) 89
moment 105
mou 39
monde (wereld, vr.)73
monsieur 89
montagne (berg,
m.) 116
montre 77
montrer 90
moiceau 50
mort (dood, m.)
57, 86, 1C4
mortel 59
mou 62
moutarde (mos-
terd, m.) 69
moutardier 78
mi\r 75
mûrir 96
musique (muzijk,
vr.) 72
ne - pas
ne - point
Bladz.
50 ne - que
72
ne - nen
Bladz.
60
58