Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 —
§. 52. De bijvoeg, naamw. slaan öf voor, of achter
het zelfst. naamw.; soms kunnen zij onverschillig vóór of
achter hetzelve slaan:
Le petit homme, het kleine mannetje.
La ßlle appliquée, hel naarstige meisje.
Un charmant enfant, een lief kind.
ün livre charmant, een mooi boek.
F.
§. 53. Regelmatige vorming van den vergrootenden
en overtrelTenden trap:
a. Positif, stellende trap: grand, groot.
b. Comparatif, vergelijkenile trap: plus grand (que),
grooter (dan); moins grand [que), minder groot (dan).
c. Superlatif, overtrefTende trap: Ie plus grand, de
grootste; Ie moins grand, de minst groote; mon plus grand
cheval, mijn grootste paard.
§. 54. Bon, goed, heeft in den vergel. trap meilleur,
beter, in den overtr. trap Ie meilleur, de, het beste; mon
meilleur chapeau, mijn besie hoed.
§. 55. II est aussi grand que mon père, hij is zoo
groot of even zoo groot als mijn vader; il n'est pas si
grand que mon frère, hij is niet zoo groot als mijn broeder.
G.
deelend lidwoord (article partitif.)
§. 56. In uitdrukkingen, als: ik heb vleesch gegeten,
gij hebt pennen gekocht, vormen vleesch, pennen in hel
Fransch hel deeleiide lidwoord.
§. 57. Het enkelv. van hel deelende lidwoord staat
voor stofnamen: du blé, koren, de la farine, meel, de
Vor (m.), goud, de l'eau (f.), water; hel meervoud staat
vooralle meervoudige gemeen zelfst. naamw.: des vins(m.),
wijnen; des poissons (m.), vissclien; des rivières (f.), rivie-
ren; des hommes (m.), menschen.