Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 7 —
§. 55. Que je sois, dal ik zij; que ta sois, dal gij
zijl; quHl soit, dat hij zij; que nous soyons, dal wtj zijn;
que vous soyez, dal gij zijl; qu'ails soient, dal zij zijn.
§. 56. Que je fusse, dal ik warc; que lu fusses, dat
gij warel; qu'ait fût, dal hij wäre; que nous fussions, dal
wij waren; que vous fussiez, dal gij warel; quHls fussent,
dal zij waren.
§, 57. Que j^aie été, dal ik geweesl zij; enz. (§. 22.)
Que j''eusse été, dal ik geweesl wäre; enz. (§. 25.)
§. 58. Sois, zij; soyons, laal ons zijn; soyez, zyl.
E.
YAN DE BIJVOEGELIJKE NAAMWOORDEN IN HUNNE VERBINDING
MET DE ZELFST. NAAMWOORDEN.
§. 59. Is hel zelfsl. naamwoord mannelijk en enkelv,,
dan worden de bijvoeg, naamwoorden, die er bij behoo-
ren, niet veranderd: petit, Jjon.
Le petit garçon est bon, de kleine jongen is goed.
§. 40. Is het zelfsl. naamwoord vrouwelijk en enkelv.,
dan moeten de bijvoeg, naamwoorden, die er bij behoo-
ren, op eene stomme e uilgaan;
La petite ftllc est bonne, het kleine meisje is goed.
41. Gaal een bijvoeg, naamw. op eene stomme e
uit, dan blijft hel, wanneer het bij een vrouwelijk enkel-
voudig zelfsl. naamw. behoort, onveranderd: tendre, aimable,
La tendre mère est aimable, de leedere moeder is be-
minnelijk.
§. 42. Hoofdregel. Gaal een bijvoeg, naamw, niet
op eene stomme e uil, zoo wordt er eene e achter gevoegd,
wanneer hel l)ij een vrouwelijk zelfsl. naamw. in hel en-
kelv. behoort: qrand, noir. \
La grande mère, de groole moeder; la table ronde
est noire, de ronde lafel is zwarl.
Van de bijzondere regels zullen hier twee volgen:
§ 45. A. Gaat een bijvoeg, naamw. uil op eux, zoo
vormt men het vrouwelijk enkelv. door x in se te veran-
deren: heureux.
La mère est heureuse, de moeder is gelukkig.