Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
Je n'ai jamais conçu pourquoi vous avez établi votre de-
meure dans cette ville. Nous ne concevrons jamais que
vous ayez refusé d'accepter la proposition du duc généreux.
Tu recevras la récompense que tu mérites. Je recevrai ce
pauvre homme avec douceur et bonté. Parlez avec con-
fiance à cette généreuse princesse, elle reçoit tout le monde
avec bonté. Avez-vous été à Paris? Jamais, monsieur,
Avez-vous jamais vu un homme plus aimable? Je n'ai
jamais vu un homme qui eût plus de bonté que lui. Ces
pauvres parents ne concevront jamais l'espérance que le
médecin guérisse leur fils de sa maladie dangereuse. Quand
la femme du jardinier laborieux aura payé à son voisin
deux cent quatre-vingt-dix-sept florins, elle devra encore
trente-trois florins dix sous. Quand nous aurons payé aux
marchands de Cologne trois mille soixante-quatorze francs,
nous devrons encore cinq cent treize francs. Demain mes
soeurs recevront enfin les beaux chapeaux, après lesquels
elles ont soupiré si longtemps. Pourquoi es-tu si mécon-
tent, mon enfant? ne recevras-tu pas un beau canif et dix
belles plumes? Les paysannes laborieuses recevront de mon
père trois poules blanches et quatre pigeons blancs.
Hij heeft den moed verloren. I/c heb veel achting voor
zijne verdienste. Wij vatteden achting en vriendschap op
voor dien edelmoedigen man. Gij zoudt het vertrouwen
uwer vrienden verliezen. Indien gij den koopman negen
en zeventig gulden betaalt, zult gij nog drie en zeventig
gulden schuldig zijn. Wij zullen nog elf frank schuldig
zijn, wanneer wij dertien frank zullen betaald hebben. Hij
behandelde mijnen vader met verachting. Zijt gij ooit te
Amsterdam geweest? Nooit, mijnheer. De liefde voor
[— van) de rijkdommen heeft dezen man ongelukkig ge-
maakt, (= verloren). Toen mijn broeder niet aankwam,
verloor ik alle hoop. De liefde, welke dit kind voor zijne
ouders had, was grooler dan die, welke gij voor de uwen
hadt. Wij ontvangen van God de grootste weldaden: laat
ons dus God beminnen met (= van) geheel ons hart.
81. Plus tôt, vroeger, eerder; plutót, liever; inutile, on-