Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 108 —
malheureux baron. Tu reçus hier de celle femme bien-
faisanle trois gros pains; as-tu partagé ces pains entre les
enfants affamés? Ils aperçurent l'écolier, qui avait entre
ses mains cinq feuilles du livre qu'il avait déchiré. J'aper-
çus la servante qui cachait les cerises sous les feuilles vertes
d'un arbre. Cet homme reçut la mort avec courage.
In 1826 ontvingen wij de laatste brieven van onsen
broeder. Gij vallet eenen doodelijken haat op tegen den
man, die zijnen vriend verraden had, In aa^i) den
slag van Waterloo kreeg {— ontving) hij eene doodelijke
wonde. Ik bemerkte eenen knaap, die drie brooden onder
zes arme en uitgehongerde kiiideren uitdeelde. Ik zou
eerbied opgevat hebben voor eenen man, die zooveel moed
getoond had. Het schip is heeft) gestrand, maar men
heeft de koopwaren gered. Deze mannen ontvingen doode-
lijke wonden {in) het jaar 1815, De jager had het on-
geluk zijnen besten hond te kwetsen. De eer was dezen
soldaat dierbaarder dan het leven. Men ontving den gene-
raal met al de eerbewijzingen [meerv, van honneur), die
men eenen zoo moedigen man verschuldigd was. Wij vat-
teden vriendschap op voor uwen vader.
79, Un florin, een gulden; un franc een frank; un
sou, een stuiver; donc, dus, bij gevolg; payer, betalen;
Cologne, Keulen; passé, verleden, vorig.
Je devais à un marchand de Paris deux mille cinq
cents francs, j'ai payé ce marchand avec des marchandises.
Un marchand de Cologne a vendu à la tante deux cent
trente aunes de calicot, à (rente centimes l'aune; ta tante
*) De franc, de munleenheid van het tiendeelig stelsel, is eene
zilveren munt, die het oude livre, dat on,qfeveer dezelfde waarde had
nl. ƒ0.50, verving. Hij wordt verdeeld ia 10 décimes en 100 centimes.
Door un soit verstaat men eene kopcreyi munt van 5 centimes. De
décime is dus gelijk deux sous, dat men gewoonlijk zegt; ook deze is
van koper. Verder heeft men zilveren stukken van 25 en 50 centimes,
van 2,5 en 20 francs. Dit laatst« is van goud.
Als men van een jaarlijksch inkomen spreekt, zegt men nog dik-
wijls livre in plaals van franc, b, v. II a dix mille livres de rente.
De oude écu was «ene zilveren munt van 3 livres; er waren er ech-
ter ook van 6 livres.