Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— es-
par mener les chevaux à l'écurie. Ne punissez pas si
rigoureusement la moindre faute. Les Français finirent par
proposer le duc d'Orléans pour roi. Le roi a bien raison
de punir les coupables. Tu désirais qu'on cachât ton ami,
sa voix trahit sa présence. Vous punîtes le criminel de
son crime. Vous finîtes par déclarer le chapelier et le
cordonnier coupables de deux grands crimes. Nos deux
amis remplirent tous leurs devoirs envers leurs parents.
Toen gij jong waart, genoot gij steeds eene goede ge-
zondheid. De koning strafte de misdadigers voor hunne
misdadige daad. Gij genoot de weldaden onzes konings.
Zij verraadde hem, die haar vriend was. Wij vervulden
onze pligten jegens het vaderland en jegens den koning.
Ik bestrafte de kinderen voor hunne misslagen. Het arme
kind kwam om van honger en koude. Wij wenschten, dat
men onze vrienden verbergen zou (imp. du subj.), maar
hunne stemmen verraadden hen. Ik heb de paarden in den
stal geleid. Hebben zij nog hooi en gras genoeg. Allen,
die op dat schip waren, zijn vergaan. De regters straffen
de misdadigers. Ik zal van dorst omkomen, indien gij mij
niet wat (— een weinig) water geeft. Mishandel dat arme
dier niet.
68. Aveugle, blind; agrandir, vergrooten; entre, tusschen,
onder; céder, overlaten, afslaan; contigu à, grenzende aan;
refuser, weigeren; consentir, toestemmen; —à, toestemmen
in; la proposition, de voorslag, het voorstel; demander,
•vragen, verlangen; posséder, bezitten; Ie sac, de zak;
affaiblir, verzwakken; établir, vestigen, opriglen; la de-
meure, de woning; choisir, kiezen, verkiezen; Ie général,
de generaal, veldheer; Ie soldat, dc soldaat; Ie combat,
de strijd, hel gevecht; ainsi, alzoo, dus; — que, even
als; la permission, de vergunning, het verlof.
Une pauvre femme possédait une pièce de terre conti-
guë aux jardins d'un prince. Ce prince qui avait envie
d'agrandir son palais, proposa à la femme de céder sa
pièce de terre. La femme refusa de consentir à la propo-
sition, et le prince finit par ne pas agrandir son palais.