Boekgegevens
Titel: Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Auteur: Schifflin, Ph.; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Dordrecht: H. Lagerweij, 1855
2e verm. dr.
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 475 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205452
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw leer- en vertaalboekje, ten gebruike bij het aanvankelijk onderwijs der Fransche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 94 —
mon frère arriva de Paris. Je remplissais envers ce jeune
homme tous les devoirs de l'amitié.
Ik vervul niet altijd mijne pligten. Vervult gij allijd
de uwen F Wij houden veel van deze leerlingen; omdat zij
altijd vervullen hunne pligten. Gij begint met te lezen,
ik begin met Ie schrijven. Wij vervullen jegens u 'al de
pligten der vriendschap. Ik verschaf hem geld, wanneer
hij {om) geld vraagt. Begin niet met te lagchen, want gij
zult eindigen met te schreijen. Mijn boekverkooper voorziet
mijne kinderen van boeken. De boomen en planten bloeiden
(imp.) reeds, toen wij aankwamen (passé déf.) in Frank-
rijk. Vervul uwen pligt, mijn jonge vriend, en God zal
tl liefhebben. Vervult uwe beloften, mijne zonen, en de
menschen zullen u beminnen.
67. La faute, de fout, misslag; rigoureusement, zeer ge-
streng; sévèrement, gestreng; périr, omkomen, vergaan;
maltraiter, mishandelen; jouir de, genieten; trahir, verra-
den; criminel, le, misdadiger, misdadige; misdadig; une
action, eene handeling, daad; la vie, het leven; mener,
leiden; pendant, gedurende; — que, terwijl; la présence,
de tegenwoordigheid.
Donnez du pain à ce malheureux enfant, il périt de
faim. On punit les criminels, mais on aime ceux qui sont
innocents et qui remplissent leurs devoirs. Votre père
punissait rigoureusement les moindres fautes de ses enfants.
Nous punîmes ces petits enfants pour cette faute, notre
voisin ne punit pas les siens pour la même faute. Mes
parents jouissaient d'une vie heureuse, mais mes frères
menaient une vie malheureuse. Menez ces caporaux dans
la ville, el ces enfanis au château. Ces criminels trahirent
leur roi, pendant qu'ils jouissaient de ses bienfails. Le roi
punit sévèrement cet homme de son action criminelle. Les
malheureux périrent de faim. La vie que je mène (§.85.),
est plus active que celle que vous menez. Mes enfants,
ne maltraitez pas les animaux. Nous jouissions d'une bonne
sauté, quand nous étions jeunes encore. Ce que vous
fournîtes à mon père, n'était pas bon. Le domestique finit