Boekgegevens
Titel: Beknopt leerboek der scheikunde
Auteur: Roscoe, Henry E.; Schorlemmer, Carl; Menalda van Schouwenburg, H.J.
Uitgave: Dordrecht: P.K. Braat, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 E 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205425
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt leerboek der scheikunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
LKOKRINGKN VAN /ILVKR.
en voor sieraden; een klein gehalte aan koper verhoogt zijn hard-
heid aanmerkelijk, zonder zijn fraaije, witte klenr veel te benadee-
len; om echter aan de voorwerpen geheel het aanzien en den glans
van zuiver zilver te geven, worden zij sterk verhit, waardoor het
koper aan de oppervlakte oxydeert, en vervolgens terstond iu ver-
dund salpeterzuur of zwavelzuur gedoopt, waarin het gevormde
koperoxyde oplost. Na het 7vii koken is het zilver mat gewor-
den, daar de zilverdeeltjes eenigermate vau elkander gescheiden
zijn; door polijsten wordt het echter gemakkelijk weder glanzig
gemaakt.
De legeringen, waaruit de numten en andere voorwerpen gemaakt
worden, moeten volgens de wet een bepaald gehalte aan zilver bevat-
ten, dat echter iu de verschillende landen niet hetzelfde is. In Ne-
derland is het gehalte van het groote zilvergeld (ƒ2.50 tot en met
ƒ 0.50) dat van het kleine zilvergeld (de pasmunt) daar
men echter moeijelijk door regtstreeks zamensmelten van zilver en
koper een legering van een juist gehalte kan krijgen, staat de wet een
O
afwijking {remedie) toe van van het gehalte. Voor zilveren voor-
lUÜO
werpen zijn bij ons te lande twee gehalten voorgeschreven, die door
verschillende keuren, de groote en de kleine keur, worden, gewaar-
934
borgd; het zilver met de groote keur moet dat met de kleine
, 833 , ... 5 .
keur jÖQQ zilver bevatten; terwijl een remedie van is veroor-
loofd. De Pruissische thaler, de Oostenrijksche gulden en het
Fransche zilvergeld bevatten ongeveer 10 procent koper; het Eugel-
sche daarentegen slechts 7,5 procent.
Zilver verbindt zich in {Irie verhoudingen met zuurstof:
Het zilvermihoxyde of zilvero.vydnle, Ag, O, is een zwart poeder,
dat zeer gemakkelijk in zilver eu ziuu-stof ontleed wordt; het is
weinig belangrijk ; het zilveroxyde, Agj O, is een sterke basis ; men
verkrijgt het door bij een oplossing van zilvernitraat potaschIoog-
te voegen, als een br\dn praeeipitaat; in water is het een weinig
oplosbaar. Door ozon wordt zilver gemakkelijk geoxydeerd, waar-
bij zilverdioxyde, Agg O^ ontstaat.
Zi^m'w^ïmfl/, Ag N O3, verkrijgt men, door oplossing van zilver
in tamelijk geconcentreerd salpeterzuur, en uitdamping der oplos-
sing, in doorzigtige, tafelvormige kristallen van het rhombische stel-
sel; het is oplosbaar in zijn eigen gewigt kouden in de helft vau zijn
gewigt kokend water; ook lost het op iu wijngeest (l d. in 4 d.j. iÜj
verhitting smelt het zout, eu kan dan iu pijpjes worden gegoten, die
onder den naam van heischen steen (lapis infernalis) bekend zijn.