Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 58 ) -
do zijne datlen en handelingen altijd geringer voor, dan
dezelve inderdaad varen. Hij was afkeerig van open-
baren lof. Aan God schreef hij het welgelukken zijner
ondernemingen toe, en wilde niet, dat men zijne da-
den en, verriglingen voor de nakomelingschap zou be-
waren. De bewustheid , zijnen pligt gedaan en de te-
vredenheid zijner meesters verworven te hebben , was
hem genoeg. Zijn vertrpuwen op God was vast , en
Kielde hem in staat, om in het felste van den strijd met
bedaardheid zijne bevelen te geven. Al zijne handelin-
gen droegen het kenmerk van godsvrucht. Hij eerde
God , had Hem van ganscher harte lief, vertrouwde on-
bepaald op die alvermogende hulp , en stelde de uit-
wendige godsvereering op hoogen prijs. Niet ligt ver-
zuimde hij het bijuonen.van de openbare godsdienst,
en nimmer begon hij een zeegevecht, dan na alvorens in
zijne kajuit God om hulp en zegen te hebben aangeroe-
pen. Ijverig las hij in de Heilige Schrift. Wanneer
hij bij zijn gezin was, las hij hetzelve des avonds een
gedeelte van den IJijbel voor en zong gaanie psalmen.
Van alle onnutte gezelschappen had hij eenen afkeer.
Liefderijk dacht hij omtrent anderen , die een ander
godsdienstig geloof beleden dan hij, en kon het volstrekt
niet verdragen , dat men anderen om hun geloof be-
spotte. Hooge achting droeg hij den Leeraren van de
godsdienst toe; doch kon het niet dulden, dat zij zich
met staatkundige aangelegenheden bemoeiden.
Hij was een vijand van ligtvaardig spreken, had eenen
afkeer vau het vloeken, en toonde ten hoogste zijn on-
genoegen , waimeer iemand met lileinachting van heilige
zaken sprak. Zijn huisgezin beminde iuj met eene har-
telijke liefde , zijne vriendschap was standvastig en in
alle voorvallen getrouw. Hij had eenen natuurlijken af-
keer van den krijg, voerde den oorlog met een zacht-
moerlig hart, en zocht het lot zijner vijandei) , wanneer
dio in zijne magt vielen , zoo veel mogelijk te verzach-
ten. Het vaderland beminde hij opregt en diende het
zonder eigenbaat. De eer van de Staten des lands
hi^ hem na aan het hart, en hij kon niet dulden, dat
in zijne tegenwoordigheid iemand dezelve aanrandde.
üij