Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
' ( 44 )
bers en schepelingen met nieuwen moed bezield, om
den gediichten vijand andermaal aan' te tasten en van
onze kusten te verjagen. De afgevaardigden der alge-
nieene Staten Icwamon den I4den Junij bij ruc ruiter
aan boord, en er werd besloten, den vijand onverwijld
aan te vallen. Des morgens omstreeks elf ure ging
onze vloot onder zeil, en hield regt op den vijand aan.
Deze maakte nn ook zeil, en scheen bereid , om de
Nederlanders af te wachten; doch spoedig bleek het,
dat bi'stevaar hem in den jongsten strijd eene zoo ge-
duchte les had gegeven, dat hij met volle zeilen naar do
Engelsche kust vlood. Dit baatte hem echter weinig,
want de onzen zaten hem zoo op de hielen, dat het
de ruiter tegen vier of vijf ure in den namiddag ge-
lukte , hem te achterhalen en aan te lasten. Nu scheen
bet of de onverschrokken geest van den braven Admi-
raal in al de vlotelingen was gevaren. Bevelhebbers en
matrozen , ja, zelfs da scheepsjongens, gaven de tref-
fendste proeven van onversaagdheid en moed. Al strij-
dende naderde de vijand meer en meer de Engelsche
kust; de nacht was reeds gevallen, en nog staakte
men het gevecht niet. De onzen lieten hem geen rust,
tol dal men door de duisternis genoodzaakt werd, onj
liet vervolgen te staken. Wij hadden hi dezen tweeden
zeeslag wederom geene schepen cn slechts weinig volk
verloren. Van den vijand had men een schip verbrand
cn twee in den grond geschoten. Hij was daarbij op de
vlugt gedreven en uit zee gejaagd, terwijl de onzen de
zee behielden en niel in de havens binnenliepen. De
kuiter en zijne onderbevelhebbers hadden zich op
nieuw met roem bedekt. Over twee vloten, de onze
in magt verre overtreffende, had men op eene schitte-
rende wijze gezegepraald, en veel was hel vaderland
den held verpligt. Niet, dan na den vijand nog overal
gezocht te hebben, keerde hij naar de vorige ankerplaats
terug, om vandaar op alle beweging des vijands het
oog te hotiden.
De Engelschen'zelven, lioe naijverig ook op hunnen na-
tionalen roem, erkenden bij deze gelegenheid onze meer-
derlicid ier zee. Volgens een hunner schrijvers moesten
zij belicnuen, dat zij tot hunac verttouderiiig geleeni
had-