Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 38 ) -
zelve door schepen en batterijen beschermd werd, en
baande voor zich en de andere schepen den weg, om
de rivier hooger op te zeilen. Weldra had men bet fort
Sheerness , op het eiland Chapey , aan den hoek der
rivier gelegen, bemagtigd, en hetzelve van allen krijgs-
voorraad en scheepsbonwstoffen beroofd, welke buit op
vier a vijf tonnen gouds geschat werd. De vijandelijke
gchepen , welke hun heil niet in de vlugt konden zoe-
ken , werden genomen of verbrand , en meermalen werd
de moed der Nederlanders tot geestdrift opgewonden,
wanneer zij een vaderlandsch schip herkenden, dat da
Engelschen ons ontnomen en tot hunne dienst ingerigt
hadden.
Als zegeteeken der stoute onderneming, zag men spoe-
dig op onze stroomen het veroverde, trotsche linieschip,
de Royal Charles , welks spiegel nog te Rotterdam
tot een voortdurend aandenken van dien heldhaftigen togt
bewaard wordt. Het verlies der Engelschen was aanmer-
kelijk , twaalf schepen hadden zij iu de rivier laten zin-
ken , om den doortogt te verhinderen, terwijl acht van
hunne beste schepen veroverd of verbrand waren. De
schrik was in Engeland algemeen; men vreesde het
ergste. De Hertog van York en de Admiraal monk
moesten , aan den oever slaande , het aanzien , hoe de
Nederlanders hunne schepen wegnamen of vernielden.
Twee maanden hield men niet alleen de Teems, maar
ook de voornaamste Engelsche havens bezet, zoodat er
niets uit of in kon , totdat eindelijk het berigt van den
te Breda gesloten vrede onze vloten naar het vaderland
deed terugkeeren. De euiter werd overal met het
grootste eerbewijs ontvangen. De Staten vereerden hem
eenen gouden kop , waarop de roemvolle togt was afge-
beeld. Hij rustte nu eenigen tijd van de doorgestane
gevaren en vermoeijenissen uit. Het werd hem vergund,
tot het jaar 1671 , te Amsterdam, in het midden van
zijn gezin , de genoegens van bet buisselijk leven te
genieten.
Xt^ering' Eene sloule onderneming, door kundige en moe-
dige mannen geleid , heeft voor liet veliijnvan een
geheol land meermalen de schoonste gevolgen
PI'geleverd.
TWEE