Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 3G )
Admiraal van nfs : » Mijn waarde loigonool ! wal
komt ons over ? Jk wenschte, dat ik dood was
Waarop van nes antwoordde: » Ik wensch dal ook,
mijn vrifnd ! doch men sterft niet, als men wil."
Toen de strijd nog al heeter, en de toestand van onze
vloot hoe langer hoe bedenkelgker werd, borst de kui-
ter iegen zijnen schoonzoon de witte m dezer voege
uit; » O God! hoe ben rk zoo ongelukkig? Is er nu
onder zoo veie duizende kogels niet één , die mij weg-
neemt?" De witte dit hoorende, zeide; » Vader!
van waar deze vertwyfeling? Wilt gij sterVen , zoo
laat ons in het midden van den vijand loopen en ons
dood vechten!" Waarop de ruiter bedaarder ten ant-
woord gaf: » Gij weet niet, wat gij zegt; als ik dit
<leed, was alles verloren, maar als ik mij zelren en deze
schepen kan behouden , dan kan men het werk daarna
hervatten," Hoewel uit deze gezegden van den an-
ders zoo onversaagden en bedaarden man blijkt, dat hij
den moed begon te verliezen, moeten wij hem toch be-
wonderen, daar hij <le eer onzer vlag en het welzijn des
vaderlands hooger schatte, dan zgn efgen leven, en' dat
hij eenen eerlijken aflogt nog voor een grooter ongeluk
hield, dan zelf door eenen kogel getrotfen te worden.
JJeze moedeloosheid vermeesterde hem echter slechts
voor eenige oogenblikken. Spoedig herkreeg hij zijne
gewone bedaardheid tenig, en deed alles, om de aan
zijn beleid toevertrouwde vloot te redden. Het gelukte
hem ook , om al wijkende en strijdende zoo na aan de
vaderlandsche kust te komen, dat de vijand hem niet
verder durfde vervolgen, maar afhield. Hoe ongr-luk-
kig deze zeeslag ook voor ons afliep , was de schade
aan onze zijde, niettegenslaande wij het verlies van vele
dappere strijders te betreuren hadden, toch geringer,
dan die der Engelschen. Wij verloren slechts twee ,
7ij zes schepen, en hunne overwinning bestond alleen
liierin, dat zij meester van de zee gebleven waren.
Leering, Be nood kan .aoinliids-zoo sterk dringen ^ dat men
voor eenige oogenblikken Jen moed geheel ojigeeftj^
d( gIi een vasl vertrouwen op God doel ons deniel-
von spoedig weder henicnicn.
EV.N