Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 2S j
ran 1666 door onze Stilten gemaakt werden, om Enge"
land de heerschappij ter zee te betwisten. Eene aiin-
zieidijke vloot werd er uitgerust, die geheel aan het
wijs beleid en de beproefde dapperheid en kunde van
de liuiteu werd toevertrouwd, in het vorige jaar had
hij, als gewoonlijk, te rade moeten gaan met drie gevol-
magtigden van de Staten; doch nn voerde hij , als Lui-
tenant-Admiraal-tieneraal, een onbepaald gezag.
Van de zijde der Engelschen maakte men niet min-
der voorlgang met het uitrusten eener geduchte zeemagt,
en tegen het einde der maand Mui liep hunne vloot, over
welke Prins kobeut cn de Admiraal monk het bevel
hadden, in zee ; dezelve bestond uit een en tachtig sclie>
pen, gewapend met 4,460 stukken kanon en bemand
met 21,005 koppen. De Nederlandsche vloot, onder
het opperbevel van onzen de kuiter, stak opdenlsten
Junij en de twee daarop volgende dagen in zee , en be-
stond uit een en negentig schepen, gewapend met 4,71ö
stukken geschut en bemand met 20,462 koppen.
Deze twee ontzaggelijke vloten kwamen op den IIden
Junij , dA morgens ten negen ure , in elkanders gezigt.
Ten elf ure zag men dé Engelsche vloot naderen, en na
werd, volgens de prijsselijke gewoonte der voorvaderen
cn van den godsdienstigen en vromen de kuiter , het
gebed gedaan. Nadat men de hulp en ondersteuning
van den Almagtige had afgesmeekt, werd ieder tot liet
betrachten van zijnen pligt aangemaand en hei gevecht
begon, Vreesselijk was de strijd , welke er nu gestreden
werd. Vier dagen kampte men om de overwinning, en
de Engelschen moesten ondervinden, dat zij nn eenen
man tegen over zic'h hadden , die in schrander beleid ,
onbezweken moed cn gloeijenden ijver, voor de eer van
de vaderlaudsche vlag en het welzijn van Ne<Zer/«n(/,
zijns gelijke niet had.
Woedend werd er aan beide zijden gevochten , maar
vooral aan de onze, de kl'Itfk had honderd vijftig ma-
trozen , die in Engeland krijgsgevangen geweesl wa-
ren , over de geheele vloot verdeeld. Deze mensclien
verhaalden- hunnen scheepsgezellen., hoe hard men hun
behandeld had , en hoe ondragelijk hun lot in dc Engel-
sche gevaugeuissea geweest was. Zij weklea hierdwjr
de