Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 20 ) -
af' te Jf'ggen. Hij verliet nu met zijn huisgezin F//«-
singen, en begaf zich ter woon luiar Amsterdam,
waar hij, gedurende zijn volgend leven, zijn verblijf
hield. Als gij ie Amsterdam zijt, mijne jeugdige
vrienden! wandelt dan eens de IJgracht langs, en het
borstbeeld van den held, in den gevel van een aan-
zienlijk huis, zal u de woning aanwijzen, waar de voor-
treffelijke man van zijne moeijelijke en ge\Tiarvol!e tog-
ten zich verpoosde, en in den schoot van zijn gezin
uieuwe krachten tot nieuwe heldendaden verzamelde.
In het begin van Junij I65l werd de vrede met
geland gesloten, en de j)as benoemde Vice-Admiraal
werd met vijf oorlogschepen naar de Middellandsche
zee gezonden , om onze koopvaardijschepen tegen de
Afrikaansche zeeroovcrs te beschermen. >iiet te vergetifs
Kond men hem derwaarts; met ijver en moed behar-
tigde hij ook daar de belangen des vaderlands. Spoedfg
verd zyn' naam alleen, verschrikkelijk voor hen, die de
schrik der Middelandsche zee waren. Hij wist hun op
eene gevoelige wijze ontzag in te boezem«^n , veroverde
menig roofschip , en vele Christenen hadden hunne be-
vrijding uit eene harde slavernij aan hem te danken.
X^ecfin^, Ken nederig mensch acht zich zeiven dikwijls onbe-
ki^aam lot eene 1 oogere roeping; de hoogmoedige
en eigendunkelijke daarentegen meent, dat hij voor
alles geschikt is.
TWAALFDE LES.
De lïuiter a/gezonden 'tegen de Fransclie kapers^
In het jaar 1656 kwamen er vele klagten ïn , da-t
Fransche kapers onze koopvaardijschepen aanhielden en
uitplunderden. De Staten hadden zich hierover bij de
Fransche regering beklaagd , met het verzoek , dat mea
deze rooverijen zoude doen ophouden en de schuldigen
fitraffen ; do®h daar dit verzoek zonder gevolg bleef,
besloot men zich zeiven regt te verschaffen. Dk rtUiTER
werd (faarop afgezondeti, oin ouzo koopvaardijschepen-te-
gen deze gewelddadigheden te besehet men Ook van dezen
iaat kweel hij zich voorirefiejjk, en iwaakle ziclx
di^r