Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 18 ) -
Leering* De ware vaderlander offert gaarne een deel van
zijne rusfe en zijn genoegen op , wanneer hij hier-
door voor zijn vaderland nuttig kan zyn,
TIENDE LES.
^Zeeslag in 1653.
Na den zoo even geraelden zeeslag bleef de Luite-
nant-Admiraal TROMP in zee 5 en kruiste in het l\anaal
heen en weder tot bescherming der koopvaardijschepen.
Den 28sten Februarij van het jaar 1653 kwam het an-
dermaal tot een treffen. De Engelschen hadden het
voornamelijk gemunt op eene koopvaardijvloot van twee-
honderd en vijftig schepen, welke door tromp beschermd
werd, en die hij veilig in de vaderlandsche havens hoopte
binnen te brengen. De Engelsche Admiraal blake
voerde de vijandelijke vloot aan , en spoedig viel er een
gedenkwaardige slag voor, welke drie dagen duurde,
en waarin de ruiter zich op nieuw als een weergaloos
held deed kennen. Meermalen bevond hij zich in de-
zen strijd in het uiterste gevaar, zoodat hij er zich
niet de grootste inspanning moest doorslaan. Bij het
enteren van een vijandelijk schip was hij de eerste, die
oversprong, en hoewel hij vroeger een tweegevecht had
van de hand gewezen, toonde hij hier andermaal, dat hij
den dood stoutmoedig onder de oogen durfde zien, waar
hij anderen door zijn voorbeeld tot dapperheid wilde
aansporen. Masteloos en bijna een wrak gelijk, werd zijn
schip naar binnen gesleept, met meer dan veertig ge-
kwetsten aan boord, terwijl er even zoo veel gesneu-
veld waren. Zoo kwam de ruiter voor Vlissingen
aan ; zijn gehavend schip , zijne gesneuvelde en gekwet-
ste manschappen , waren zoo vele sprekende bewijzen
van zijne dapperheid, die getuigden, dat hij in het
heetste van het gevecht was geweest, 's Lands Staten
erkenden zijne verdiensten ; zij wilden den man eenig-
zins beloonen, die stille huisselijke rust opofferde aan
de belangen des vaderlands; die zijn leven veil had voor
deszelfs heil, en die den lande zoo getrouw diende,
zonder daarvoor eenige belooning te willen gonit^ieu.
De