Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 5 )
Leering* i« Dß 1'efde der ouders je^^ons hunne kinderen is
onhegrensd, ninr.ner kunrjen de Vinderen die
Tiefde naar waarde beloonen.
Q. Vlijt en spaarzaamheid géven eer en brood.
TWEEDE LES.
Dr ivriTEßs jeu^d*
■ Do ouders van de kuiter waren wel geringe lieden ,
dlo, met een sober bestaan Toor een zeer talrijk, gezin,
met moeite en zorgc het dagclijkscli brood verdienden;
maar ^vij mogen veronderstellen , dat het brave men-
schen waren , die hunnen Hinderen eene goede opvoeding
gaven , en hun God en de deugd leerden eerbiedigen cu
liefhebben. Diep toch was liefde en eerbied voor het
hoogste Wezen in de 'ziel van de kuiter geplant,
>vaarvaD hij gedurende zijn geheel leven , zoowel in
voor- als tegenspoed, de treüendslQ blijken gegeven heeft,
daar hij zich altijd heeft doen kennen als een godsdien-
stig , braaf en reglschapea maii.
Vroeg reeds werd hy door zijne ouders ter school be-
steld , doch hier wilde bet maar geheel uiet met hem
gaan. Bitter klaagden zijne meesters over zijne los-
heid en wildheid, en over zijn doorgaand ongeschikt ge-
djng op de school^ zoodat zijne ouders zich genoodzaakt
vonden , hem dezelve spoediger Ie doeu verlaten , dan
zij zulks wel wenschleii»
Doch wat nu met den ivilden knaap aangevangen ?
Op verzoek van zyne ouders werd hij door de Heeron
coRSEtis en ADRiAAir LAarsEKS in hunne lijnbaan ge-
pJaalßl, "waar hij van den morgen tot den avond het
■wiel moest draaien , voor zes stuivers in de week.
Zijn rustelooze en vurige aard was echter oorzaak, dat
Lij het hier evenmin, als op do school kon uithouden;
men werd hem hartelijk moede en zond hein naar huis.
Lang reeds had hij zijn verlangen te kennen gegeven,
orn ter zee te varen, en nu het noch in de school, noch
in de lynbaan met hem wilde gelukken, stemden zijne
ouders zijn verzoek, om te mogen varen, toe.
Op den ouderdom van elf jaren ging hij, in het jaar
JC18 , als hoogboolsmansjongeu naar zee , cu naauwe-
A 3 lij ks