Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 58 )
der zyu gebied stonden, liet hij zich slechts door eenen
enkelen knecht dienen.
In het bijzijn van anderen, zelfs van de aanzienlijk-
ste mannen, sprak hij gaarne, wanneer dit te pas kwam,
over zijne geringe afkomst. Zijne matrozen moedigde
hij " meermalen aan , door hun te herinneren , dat hij ,
hun Admiraal, als scheepsjongen gevar«n en in de lijn-
baan het wiel had. gedraaid. Nooit trachtte hij zich
zeiven in het oog der menschen te verheffen; maar stel-
de zijne daden en handelingen altijd geringer voor, dan
dezelve inderdaad w^ren. Hij was aficeerig van open-
baren lof. Aan God schreef hij het welgelukken zijner Kl^
ondernemingen toe , en wilde niet, dat men zijne da-
den en verriglingen voor de nakomelingschap zou be-
waren. De bewustheid , zijnen pligt gedaan en de te-
Tredenheid zijner meesters verworven te hebben , was
hem genoeg. Zijn vertrouwen op God was vast , en
stelde hem in staat, om in het felste van den stryd met
bedaardheid zijne bevelen te geven. Al zijne handelin-
gen droegen het kenmerk Tan godsvrucht. Hij eerde
God, had Hem van ganscher harte lief, vertron>vde on-
bepaald op diens alvermogende hulp, en stelde de uit-
wendige godsvereering <fj> hoogen prijs. Niet ligt ver-
zuimde hij het bijwonen van de openbare godsdienst,
en nimmer bogon hij een zeegevecht, dan na alvorens in
zijne kajnit God om hulp en zegen te hebben aangeroe-
pen, Ijverig las hij in de Heilige Schrift. Wanneer
hij bij zijn gezin was, las hij hetzelve des avonds een
gedeelte vaneen Bijbel voor en zong gaarne jjsalmen.
Van alle onnutte gezelschappen had hij eenen'afkeer.
Liefderijk dacht hij o.mtrent anderen, die een ander
godsdienstig geloof beleden dan hij, en kon het volstrekt
niet verdragen , dat men anderen om hun geloof be-
spotte. Hooge achting droeg hij den Leeraren van do
godsdienst toe ; doch kon het niet dulden , dat zij zich
met staatkundige aangelegenheden bemoeiden.
Hij was een vijand van ligtvaardig spreken, had eenen
afkeer ran het vloeken, en toonde ten hoogste ziju on-
genoegen, wanneer iemand met kleiuachting van heilige
zaken sprak. Zijn huisgezin beminde hij met eene har-
telijke liefde, zyne vriendschap was standvastig eu in
al-